Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.2.3
12.2.3 Verhouding tussen lex causae en lex fori in commuun internationaal privaatrecht
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS415690:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Idem beschikkingsbevoegdheid om een forumkeuze aan te gaan, omdat ook de beschikkingsbevoegdheid niet afhangt van de lex fori of de lex causae. Voor een voorbeeld van een onbevoegd gesloten forumkeuze verwijs ik naar Hof Amsterdam 26 september 2002, NIPR 2006, 32.
Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 120; Schamp, RW 1989-1989, p. 908.
Voor (on)bekwaamheid naar Belgisch recht verwijs ik naar art. 34 WIPR die eveneens als uitgangspunt de lex persome heeft.
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 89; Holleaux, Foyer, de Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 373, nr. 795 (Frans internationaal privaatrecht); Denneman, NT1R 1962, p. 124; Laenens, TvP 1982, p. 229 (Belgisch internationaal privaatrecht; zie art. 341PR-Codificatie); Gaudemet-Tallon, Civil Jurisdiction, p. 139.
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 90.
BGH 20 januari 1986, IPRax 1987, p. 179; AG Slynn voor HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1798, NJ 1981, 546; Rb. Rotterdam 18 januari 1970, NJ 1972, 205; CA Parijs 10 oktober 1990, Rev. Crit. 1991, 605; BGH 20 januari 1986, NJW 1986, p. 1438; BGH 20 januari 1986, NJW 1986, p. 1438; OLG Miinchen, 31 maart 1987, NJW 1987, p. 2166; Cour de Cassation lère ch. civ. 3 december 1991, Rev. Crit. 1992, p. 340; Rb. Rotterdam 28 september 1995, NIPR 1996, p. 36; vgl. voor de toetsing van de toelaatbaarheid van een arbitraal beding Hof van Cassatie 16 november 2006, rolnr. C-020445F, TBH 2007.
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 227; Balk, Forumkeuze, p. 5; Wirth, NJW 1978, p. 461; Verheul, Rechtsmacht, Deel 2, p. 95; Denneman, NTIR 1962, p. 118; Mayer, Dip, p. 193, nr. 297; Laenens, TvP 1982, p. 229; Holleaux, Foyer, de Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 373, nr. 795; Pertegás Sender/ Samyn, in: Erauw e.a. (red), WIPR Becommentarieerd, p. 34 (art. 6 WIPR).
Cour de Cassation lère ch. civ. 27 januari 1955, Rev. Crit. 1985, p. 330 (lex fori prorogati en derogati), Gaudemet-Tallon, Prorogation, p. 77; Rev. Crit. 1991, p. 611, Rev. Crit. 1992, p. 339 lex fori prorogati en lex fori derogati; BGH 25 februari 1968, BGH2 49, 384 bij Balk, Forumkeuze, p. 6 lex fori prorogati voor prorogatie en lex fori derogati voor derogatie; Rb. Rotterdam 5 december 1962, S&S 1965, 25, idem; Denneman, NTIR 1962, p. 118: lex fort prorogati; Betiffol/Lagarde, Dip, Deel II, nr. 675 die kiest voor de lex fort prorogati; AG Sir Slynn voor HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/ Jacqmain, Jur. 1981, p.1671 zie p. 1798: lex fort prorogati; Rb. Arnhem 8 januari 1987, NIPR 1988, 173 lex fori prorogati; Rb. Rotterdam 28 september 1995, NIPR 1996, 136 lex fort prorogati.
Kombluhm, ZER 1973, p. 419; vgl. Ras, TvP 1975, p. 890; Mayer, Dip, p. 215, nr. 302; BGH 20 januari 1986, NJW 1986, p. 1438; Cour de Cassation lère ch. civ. 3 december 1991, Rev. Crit. 1992, p. 340; Rb. Amsterdam 1 juli 1992, NIPR 1992, 439; CA Parijs 10 oktober 1990, Rev. Crit. 1991, p. 605; CA Versailles 26 september 1991, Rev. Crit. 1991, p. 333 (impliciet door onjuiste toepassing van art. 48 NCPC); vgl. voor de toetsing van de toelaatbaarheid van een arbitraal beding aan de hand van de lex fort aditi, Hof van Cassatie 16 november 2006, mint
Strikwerda, Offerhaus-bundel, p. 200.
Anders: Holleaux, Foyer, de Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 373, nr. 795; Verheul, Rechtsmacht, Deel 2, p. 96.
Hv 3 juli 1997, zaak C-269/95, Benincasa/Dentalkit, Jur. 1997, p. 1-3767, NJ 1999, 681; en hierna par. 12.7.
Anders: Verheul, Rechtsmacht, Deel 2, p. 97.
Goldman, RTDE, p. 23; Holleaux, Foyer, Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 373, nr. 795; Mayer, Dip, p. 193, nr. 297.
MvT Wetsvoorstel 24 651, nr. 3, p. 73.
MvT Wetsvoorstel 24 651, p. 73; ontwerp Memorie van Toelichting bij het voorontwerp, p. 33 en de Raad van State versie, p. 46; zo ook Memorie van Toelichting Wetsvoorstel 26 855, nr. 3, p. 39; Van Houtte, NIPR Special 1994, p. 75 mist een bepaling in het wetsvoorstel.
Strikwerda, Offerhaus bundel, p. 200; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen p. 39; Ras, TvP 1975, p. 890; Lemaire, NIPR, p. 398; Balk, Forumkeuze, p. 5; Holleaux, Foyer, de Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 373, nr. 795; Wirth NJW 1978, p. 460; Mayer, Dip, p. 193, nr. 297 en 298; Lando, Civil Jurisdiction, p. 36; Beraudo, Jurisclasseur, fasc. 3010, suppl. 3, 1989, p. 26; Laenens, TvP 1982, p. 228; Pertegás Sender/Samyn, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 35. Anders: Verheul, Rechtsmacht, Deel 2, p. 95; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 93; Batiffol/Lagarde, Dip, Deel II, nr. 675; Ibili, Gewogen rechtsmacht, p. 48.
CA Parijs 27 januari 1955, Rev. Crit. 1955, p. 330; anders: AG Slynn voor HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1771, NJ 1981, 546; BGH 20 januari 1986, IPRax 1987, p. 179; CC lère ch. civ. 3 december 1991, Rev. Crit. 1992, p. 340; OLG München 28 september 1989, IPRax 1991, p. 46; Rb. Amsterdam 31 oktober 1980, NIPR 1991, 222 (arbitraal beding); Rb. Rotterdam 12 augustus 1999, NIPR 2000, 45; Rb. Utrecht 15 oktober 2003, NIPR 2003, 297. Anders: Denneman, NTIR 1962, p. 119 die kiest voor de lex fori prorogati onder verwijzing naar andere (Duitse) auteurs en rechtspraak; in andere rechtspraak zie ook auteurs en rechtspraak bij Balk, Forumkeuze, p. 6-7; Rb. Arnhem 8 januari 1987, NIPR 1987, 284.
Laenens, TvP 1982, p. 259.
G. Holleaux, Foyer, de Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 373, nr. 795; Lando, Civil Jurisdiction, p. 36; CA Parijs 27 januari 1955, Rev. Crit. 1955, p. 330; Laenens, TvP 1982, p. 228; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 39; Bourlarbah, Le nouveau droit international privé beige, JT nr. 6173, 2005, par. 190; voorzichtig: Mayer, Dip, p. 215, nr. 302.
Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 120; Mayer, Dip, p. 193, nr. 298.
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 209 onder verwijzing naar het arrest, HR 2 april 1942, NJ 1942, 468, Jurgens/Van Heesch; anders: Verheul, Rechtsmacht, Deel 2, p. 95 die uiteindelijk louter lex fori beslissend acht; Rb. Amsterdam, 2 april 1986, NIPR 1990, 453; Hof Amsterdam, 1 februari 1990, bevestigend het vonnis voornoemd van de rb.
Vgl. art. 8 lid 5 Rv en 38 ZPO.
HR 2 april 1942, NJ 1942, 468.
Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 209; Mayer, Dip, p. 215, nr. 302; Rb. Middelburg 28 februari 2001, NIPR 2001, 140.
Anders: Verheul, Rechtsmacht, Deel 2, p. 95 die cumulatief toetst; Strikwerda, Offerhaus bundel, p. 200 voegt daaraan toe 'een andere bij de overeenkomst betrokken wet'; zie ook Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 209.
Denneman, NITR 1962, p. 122.
Vgl. Balk, Forumkeuze, p. 51.
Wirth, NJW 1978, p. 461; Strikwerda, Offerhaus bundel, p. 200; Balk, Forumkeuze, p. 5; Holleaux, Foyer, de Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 373, nr. 795; Loussouarn/Bourel, Dip, p. 611, nr. 454-1; Denneman, NTIR 1962, p. 124; Rb. Amsterdam 1 juli 1992, S&S 1993, 48; BGH 20 januari 1986, NJW 1986, p. 1438; OLG Kllln 9 september 1996, IPRax 1998, p. 472; BGH 18 maart 1997, IPRax 1998, p. 470; anders: Hof Amsterdam 22 december 2005, NIPR 2006, 42 die ten onrechte de lex causae toepast om de vraag te beantwoorden of de forumkeuze derogeert aan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Zie ook par. 10.3.3.
De afbakening van de scheidslijn tussen lex fori en de lex causae vindt traditioneel plaats naar gelang het onderwerp dat samenhangt met de forumkeuze. Deze benadering per onderwerp ligt voor de hand, aangezien sommige onderwerpen meer procesrechtelijk van aard zijn en andere voornamelijk samenhangen met de verbintenisrechtelijke of contractuele aspecten van forumkeuze. Welke onderwerpen zijn van belang?
Toelaatbaarheid;
Rechtsgeldigheid/wilsovereenstemming;
Vorm;
Gevolgen.
Handelingsbekwaamheid ontbreekt bij deze onderwerpen, omdat het toepasselijk recht naar Nederlands internationaal privaatrecht van de lex fori noch de lex causae afhangt.1 De aangezochte rechter stelt aan de hand van zijn conflictenrecht vast of de partijen handelingsbekwaam zijn.2 Of een partij naar Nederlands internationaal privaatrecht bij het aangaan van de forumkeuze handelingsbekwaam is, hangt in beginsel af van de nationale wet van de partij, 'lex personae'(art. 6 Wet A.B.).3 Ook de omvang en gevolgen van eventuele handelingsonbekwaamheid worden in beginsel door deze wet bepaald.4 Als belangrijkste uitzondering op deze hoofdregel over handelingsbekwaamheid, geldt de goede trouw van de wederpartij zoals verwoord in art. 11 EVO CLizardi regen.5Deze bepaling leent zich voor toepassing naar analogie bij een forumkeuze. Indien een persoon handelingsonbekwaam is naar het recht van zijn nationale wet, doch handelingsbekwaam in de staat waar hij de rechtshandelingen aangaat en beide partijen zich in die staat bevinden, kan hij de handelingsonbekwaamheid slechts tegenwerpen aan zijn wederpartij onder de voorwaarden dat:
De wederpartij de handelingsonbekwaamheid ten tijde van het sluiten van de forumkeuze kende; of
De wederpartij door nalatigheid de handelingsonbekwaamheid niet kende.
Voor ieder onderwerp zal ik nagaan of de lex fori dan wel lex causae van toepassing is.
i) Toelaatbaarheid
Met de 'toelaatbaarheid' bedoel ik het antwoord op de vraag of en in hoeverre partijen de bevoegdheid van de rechter kunnen vestigen dan wel aan zijn bevoegdheid kunnen derogeren. De toelaatbaarheid van een forumkeuze is met name een procesrechtelijke vraag die moet worden beantwoord aan de hand van de lex fori. Hierover bestaat in rechtspraak6 en literatuur7 éénstemmigheid.
Welke lex fori is hiermee bedoeld? Bij toetsing van een forumkeuze bestaan verschillende mogelijkheden:
Lex fori prorogati: het recht van de staat van de aangewezen rechter;
Lex fori derogati: het recht van de staat van de gederogeerde rechter (indien forumkeuze een derogerende werking heeft);
Lex fori aditi; het recht van de staat waar de procedure aanhangig is;
Combinatie van één of meer bovenstaande mogelijkheden.
Hoewel de meningen uiteenliepen,8 is thans algemeen aanvaard dat uitsluitend de lex fort aditi beslissend is.9 Iedere geadieerde rechter bepaalt aan de hand van het eigen recht of een forumkeuze toelaatbaar is. Opvallend is dat Strikwerda10 misbruik van een forumkeuze onderworpen acht aan de lex causae. Dat lijkt mij onjuist, omdat bij de toelaatbaarheid dient te worden beoordeeld of van misbruik sprake is. Misbruik hangt daardoor nauwer samen met de toelaatbaarheid dan met de rechtsgeldigheid. De toelaatbaarheid omvat niet alleen de vraag 'Is prorogatie c.q. derogatie toegelaten?', maar ook de beperkingen ten aanzien van de toelaatbaarheid. Een forumkeuze waardoor misbruik plaatsvindt, is niet toelaatbaar en derhalve vindt beoordeling plaats aan de hand van de lex fort. Een cumulatieve toetsing aan de lex causae en lex loei actus van de overeenkomst als geheel en vervolgens van de forumkeuze aan de lex fori is niet juist.11 De forumkeuze moet zelfstandig worden beoordeeld. In zoverre is de forumkeuze gescheiden van de overeenkomst waarvan de forumkeuze deel uitmaakt.12 Voor de 'séparabilité' van een forumkeuze verwijs ik naar par. 12.7.
De geadieerde rechter behoeft zich bij beoordeling van de toelaatbaarheid evenmin in te laten met eventuele regels van de lex fori derogati (als hij de aangewezen rechter is) of lex fori prorogati (als hij een gederogeerde rechter is).13 De geadieerde rechter houdt bij de beoordeling van de toelaatbaarheid slechts rekening met zijn eigen regels van internationale rechtsmacht, omdat dit onderwerp bij uitsluiting tot de bevoegdheid hoort van de nationale wetgever en rechterlijke macht.14
ii) Rechtsgeldigheid/wilsovereenstemming
De vraag van toelaatbaarheid moet streng gescheiden worden van de vraag of overeenstemming bestaat en de overeenkomst verder rechtsgeldig is in enge zin. Met 'rechtsgeldigheid' bedoel ik de geldigheid van totstandkoming: aanbod en aanvaarding, wilsgebreken, gewekt vertrouwen, etc. De rechtsgeldigheid wordt ook wel aangeduid als de `materieelrechtelijke geldigheid' .15
De meningen zijn verdeeld of de lex fori dan wel de lex causae de rechtsgeldigheid bepaalt. Alvorens een overzicht van de standpunten te geven, benadruk ik dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en het commune internationaal privaatrecht. De vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag worden naast de wilsovereenstemming beoordeeld, maar geen van beide wordt getoetst aan de lex causae. Het commune internationaal privaatrecht laat wel ruimte voor de lex causae. In Wetsvoorstel 24 651 is er bijv. van uitgegaan dat de lex causae de materieelrechtelijke geldigheid van een forumkeuze bepaalt.16 De geadieerde rechter oordeelt dus aan de hand van zijn verwijzingsregels (conflictenrecht) welk recht op de forumkeuze toepasselijk is. Dat recht bepaalt vervolgens de rechtsgeldigheid van een forumkeuze. Dat is ook de heersende mening in de doctrine17 en de rechtspraak.18
Ik sluit mij aan bij de heersende mening. De rechtsgeldigheid is overwegend een verbintenisrechtelijk probleem. Wilsgebreken en gewekt vertrouwen zullen in de regel het centrum van debat zijn. Echter ook overmacht is een rechtsgeldigheidsprobleem (bijv. burgeroorlog, noodtoestand en natuurrampen).19 Ik zie echter een nuance. De meeste schrijvers20 nemen aan dat de lex causae steeds zowel de forumkeuze als de hoofdovereenkomst omvat. Dat is niet juist. In de regel zal het toepasselijke recht voor de hoofdovereenkomst in de EG-lidstaten worden bepaald aan de hand van het EVO. De conflictenregels voor bepaling van het toepasselijke recht op een forumkeuze zijn echter te ontlenen aan commuun internationaal privaatrecht. Nu de verwijzingsregels kunnen verschillen, beheerst de lex causae van de hoofdovereenkomst niet noodzakelijkerwijze de forumkeuze.21
iii) Vorm
Voor een forumkeuze kunnen vormvoorschriften gelden. De vormvoorschriften in art. 23 lid 1 EEX-V°/17 lid 1 Verdrag zijn daarvan een voorbeeld. Het geadieerde gerecht dient krachtens zijn verwijzingsregels het op de vorm toepasselijk recht te bepalen. Naar Nederlands internationaal privaatrecht zijn de vormvoorschriften, volgens het oude adagium 'locus regit actum' , onderworpen aan de wet van de plaats van handeling (art. 10 Wet AB). Aangezien aan art. 10 Wet AB een facultatieve betekenis wordt toegekend, verhindert dit artikel niet dat de rechtshandeling qua vorm ook geldig kan zijn op grond van de lex fori of lex causae.22 Bepalen de lex fori, lex causae of lex loei actus of een forumkeuze in de juiste vorm is overeengekomen? Het antwoord is alle drie. De lex fori is voor een forumkeuze het eerst aangewezen rechtsstelsel omdat:
De lex fort vaak vormvoorschriften voor een forumkeuze bevat;23
De samenhang tussen toelaatbaarheid en vormvoorschriften groot is.
De vormvoorschriften hebben niet alleen een bewijsfunctie, maar zijn vaak ook de voorwaarden die de toelaatbaarheid van het afwijken van de internationale bevoegdheid van de rechter bepalen. De HR heeft in het arrest JurgensNan Heesch24 in het algemeen de ruimte gelaten door te oordelen dat 'met name' de lex causae een alternatief is voor het recht van de plaats van handeling. Daarmee zijn andere betrokken rechtsstelsels niet uitgesloten. Dat strookt ook met de ratio van art. 10 Wet AB om toetsing aan de lex loci actus slechts één van de mogelijkheden te doen zijn. Aan de vorm van een forumkeuze dient naar Nederlands commuun internationaal privaatrecht dan ook geen strenge eisen te worden gesteld.25 De vorm mag volgens de bovenstaande regels dus worden beoordeeld naar één van de volgende mogelijke rechtsstelsels:
Lex loci actus;
Lex causae;26 of
Lex fori. 27
Bij een forumkeuze als processuele overeenkomst zou het weinig gelukkig zijn dat een gerecht deze alternatieven moet onderzoeken. Bovendien is de oplossing een soort `potpourri': toelaatbaarheid naar lex fori, overeenstemming naar lex causae en vorm naar allebei of de lex loci actus. De vorm is zo verweven met de toelaatbaarheid en de voorwaarden die daarvoor gelden, dat naar mijn mening uitsluitend de lex fori (aditi) moet bepalen welke vorm in acht moet worden genomen voor een forumkeuze. Deze oplossing sluit ook nauw aan bij de art. 23/17 en 24/18 EEX-V°Nerdrag die ook (uitputtend) de vorm bepalen (zijnde lex fori).28
Gelet op het bepaalde in art. 10 Wet AB acht ik echter wel een correctie op grond van dit artikel mogelijk. Indien de forumkeuze qua vorm volgens het recht van de plaats van handeling rechtsgeldig is, dient de aangewezen rechter te oordelen dat aan de vormvoorschriften is voldaan. Partijen hebben bij het sluiten van de overeenkomst een geldige forumkeuze beoogd. Zij kenden de vorm van het forum prorogatum niet, maar dienen daardoor niet met een ongeldige forumkeuze te worden geconfronteerd. Ook wordt hiermee recht gedaan aan art. 10 Wet AB.29
iv) Gevolgen
Dit onderwerp hangt het nauwst samen met de procesrechtelijke aard van de overeenkomst. Bijv.: vindt derogatie door de forumkeuze plaats; wat moet de beslissing zijn van het geadieerde gerecht, indien de forumkeuze aan zijn rechtsmacht derogeert? Daarom worden de gevolgen beheerst door de lex fori van de geadieerde rechter, die met uitsluiting van het materiële recht dus bepaalt wat de gevolgen zijn van de forumkeuze. Dat geldt zowel voor prorogatie als derogatie, de twee belangrijkste gevolgen van forumkeuze.30