Prg. 2022/359
De aanzegvergoeding is verschuldigd bij niet-inachtneming van het schriftelijkheidsvereiste.
HR 07-10-2022, ECLI:NL:HR:2022:1374
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
7 oktober 2022
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, K. Teuben
- Zaaknummer
21/03692
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1374, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 07‑10‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:418, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑04‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑08‑2021
- Wetingang
Essentie
Arbeidsrecht. Is het onaanvaardbaar om aanspraak te maken op aanzegvergoeding, indien werkgever mededeling aan werknemer, dat arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd, wel mondeling maar niet schriftelijk heeft gedaan en werknemer daarvan geen nadeel heeft ondervonden?
Nee. Aanzegvergoeding is verschuldigd bij niet-inachtneming van schriftelijkheidsvereiste.
Samenvatting
De Hoge Raad buigt zich over de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om aanspraak te maken op de aanzegvergoeding ex art. 7:668 lid 3 BW, indien de werkgever de mededeling aan de werknemer dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd, wel mondeling maar niet ook schriftelijk ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.