Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/7.5.2
7.5.2 Het inhoudelijke criterium: het weglaten van essentiële informatie bij een uitnodiging tot aankoop
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS492448:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. ov. 14 considerans.
HvJ EU 12 mei 2011, nr. C-122/10 (Ving Sverige; n.n.g.).
Mogen lidstaten nog informatieverplichtingen opleggen aan praktijken die volgens een strikte uitleg niet als een uitnodiging tot aankoop kunnen wonden beschouwd? Maakt een nationaal rechtelijke verplichting tot het vermelden van de prijs in een ruime uitleg van de definitie de praktijk tot een uitnodiging tot aankoop (het nationale recht dwingt hiermee tevens tot het vermelden van de overige in lid 4 genoemde informatie)?
Radeideh 2005, p. 273-274. De verwijzing naar art. 7 lid 4 in art. 5 lid 1 Richtlijnvoorstel consumentenrechten zou de contractuele benadering van de uitnodiging tot aankoop wellicht kunnen stimuleren.
Radeideh 2005, p. 274. Deze interpretatie van de uitnodiging tot aankoop lijkt bovendien bepaalde contractsternen voor te schrijven en zou hiermee in strijd zijn met art. 3 lid 2.
De zinsnede 'dat de informatie op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze wordt vermeld' in art. 7 lid 4 onder a moet in dit opzicht voorkomen dat sommige uitnodigingen tot aankoop niet als zodanig worden aangemerkt omdat bepaalde informatie betreffende de kenmerken ontbreekt en minder details in de boodschap zijn opgenomen.
Zie Kok en Wolffram-Van Doorn 2009, p. 122. Het vrijblijvende 'op basis waarvan de consument een aankoop kan doen' werd vervangen door het strakkere criterium 'de consument in staat stellen een aankoop te doen'.
Ving Sverige, r.o. 30.
Commissie 2009, p. 49.
Ving Sverige, r.o. 40-1. Handelaren zouden anders makkelijk de strenge informatieplichten uit art. 7 lid 4 kunnen omzeilen door geen prijs te vermelden: r.o. 39.
Ving Sverige, r.o. 49; concl. A-G Mengozzi voor Ving Sverige, r.o. 25-26 en 28. In gelijke zin: Commissie 2009, p. 47.
Concl. A-G Mengozzi voor Ving Sverige, r.o. 44.
Vgl. concl. A-G Mengozzi voor Ving Sverige, r.o. 33.
De grote uitlegverschillen en de strikte opvatting van de Nederlandse regering blijken uit concl. A-G Mengozzi voor Yang Sverige, r.o. 40. Ov. 14 considerans acht het begrip opmerkelijk genoeg duidelijk gedefinieerd (onder i).
Commissie 2009, p. 48.
Ving Sverige, to. 30-32 waarin het Hof stelt art. 2 onder i letterlijk uit te leggen.
Naar ik meen waren praktische eisen een eenduidige definitie van de uitnodiging tot aankoop en dus de harmonisatie ten goede gekomen. Dit is een voorbeeld van de spanning die bestaat tussen de twee richtlijn-doelstellingen.
Art. 6 lid 1 onder b (de misleidende handeling, par. 7.4.1) noemt een waslijst aan 'voornaamste kenmerken'. Deze lijst is dermate lang, dat wanneer hier aan wordt vastgehouden, de lat in onder a erg hoog komt te liggen.
De Commissie schaart hier ook `restrictive conditions' onder wanneer die van belang zijn: Commissie 2009, p. 49.
'De in deze richtlijn gehanteerde aanpak van volledige harmonisatie belet niet dat de lidstaten in hun nationale wetgeving van bepaalde producten, zoals verzamelobjecten of elektrische apparaten, de hoofdkenmerken specifiëren, die in een uitnodiging tot aankoop niet mogen wonden weggelaten.'
Is het voldoende om naar een website te verwijzen voor de voornaamste kenmerken van het product? Moet de consument dan ook de tijd krijgen om die informatie op de website te lezen? In de situatie waarin de beschikbare ruimte en tijd niet zijn beperkt, lijkt het gebruikmaken van een verwijzing niet toegestaan. De Commissie laat in haar Guidance weten dat soms een foto volstaat en dat an offer on the radio may deliver to consumers lens detailed information on the main characteristics of the product than an invitation to purchase on a web-site or in a specialized magazine' (p. 49).
Ving Sverige, r.o. 59.
De wijze van betaling, levering, uitvoering en klachtenbehandeling vormen pas essentiële informatie wanneer deze afwijken van de professionele toewijding. Zie over de logica van dit sublid in verhouding tot de hoofdnorm par. 7.8.2.
Ving Sverige, r.o. 66-67. Dit compenseert de brede uitleg van de uitnodiging tot aankoop en dus ruime toepasbaarheid van de verplichtingen uit lid 4 (zie vorige alinea).
452. In geval van een 'uitnodiging tot aankoop', in tegenstelling tot algemene marketing ten behoeve van de bekendheid van het merk of product, geldt een nauwer omschreven informatieverplichting dan die uit art. 7 lid 1 en 2 richtlijn. Art. 7 lid 4 bepaalt dat wanneer van een dergelijke uitnodiging sprake is, de in dit artikellid opgenomen informatie als essentieel wordt beschouwd en dus niet weggelaten mag worden.1 Het gaat om de volgende informatie, 'tenzij deze niet reeds uit de context blijkt':
`a) de voornaamste kenmerken van het product, in de mate waarin zulks gezien het medium en het product passend is;
het geografische adres en de identiteit van de handelaar, in het bijzonder zijn handelsnaam, en, in voorkomend geval, het geografische adres en de identiteit van de handelaar namens wie hij optreedt;
de prijs, inclusief belastingen, of, als het om een soort product gaat waarvan de prijs redelijkerwijs niet vooraf kan worden berekend, de manier waarop de prijs wordt berekend, en, in voorkomend geval, alle extra vracht-, leverings- of portokosten of, indien deze kosten redelijkerwijs niet vooraf kunnen worden berekend, het feit dat er eventueel deze extra kosten moeten worden betaald;
de wijze van betaling, levering, uitvoering en het beleid inzake klachtenbehandeling, indien deze afwijken van de vereisten van professionele toewijding;
voor producten en transacties met recht op herroeping of annulering, het bestaan van dit recht.'
Gesteld mag worden dat het aanmerken van een handelspraktijk als een uitnodiging tot aankoop tot gevolg heeft, dat de beoordelingsruimte ten aanzien van de vraag wat als essentiële informatie moet worden aangemerkt, aanmerkelijk is beperkt. Dit komt de harmonisatie ten goede. De norm uit art. 7 lid 4 biedt echter nog genoeg ruimte voor uitlegverschillen. Ten eerste is niet op voorhand duidelijk welke praktijken als uitnodiging tot aankoop moeten worden aangemerkt. Ten tweede verschaffen de hierboven aangehaalde definities van de 'essentiële' informatie een grotere beoordelingsruimte dan op het eerste gezicht lijkt. Een recent, door het Hof geformuleerd antwoord op een prejudiciële vraag inzake de uitleg van de norm uit art. 7 lid 4 geeft enkele aanwijzingen 2 In de volgende alinea's ga ik hier nader op in.
De toepasselijkheid van art. 7 lid 4 richtlijn
453. De uitnodiging tot aankoop wordt in art. 2 onder i richtlijn als volgt gedefinieerd:
`(...) een commerciële boodschap die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen.'
Het toepassingsbereik van art. 7 lid 4 is afhankelijk van de manier waarop de uitnodiging tot aankoop als handelspraktijk wordt uitgelegd.3 Het begrip `uitnodiging tot aankoop' zou volgens Radeideh voortvloeien uit het contracten-rechtelijke concept van de 'uitnodiging tot het doen van een aanbod'.4 Dit zou verklaren waarom de kenmerken en prijs in de definitie zijn opgenomen. Deze elementen vooropstellen zou echter getuigen van een contractuele benadering van het begrip, die niet past bij de richtlijnfocus op de precontractuele fase en de beschermingsdoelstelling van de richtlijn: het gaat juist om die praktijken die door een gebrek aan informatie een geïnformeerd besluit onmogelijk maken.5 De definitie uit art. 2 onder i is voorts, wanneer de kenmerken en prijs vooropstaan, moeilijk te rijmen met de in art. 7 lid 4 verplicht gestelde informatie. Het wel of niet vermelden van kenmerken en prijs bepaalt immers zowel de toepasselijkheid van art. 7 lid 4 (art. 2 onder i), als de omissie, i.e. de uitkomst van de toetsing aan art. 7 lid 4 (art. 7 lid 4 onder a en c).6
454. Aangenomen zou dus kunnen worden dat het accent op het, in de definitieve versie van de richtlijn aangescherpte,7 'in staat stellen'-criterium zou moeten worden gelegd. Dit lijkt evenwel niet het geval nu het Hof in het Ving Sverigearrest heeft bepaald dat 'in de uitdrukking "de consument aldus in staat stelt een aankoop te doen" geen bijkomende voorwaarde voor een uitnodiging tot aankoop (mag) worden gelezen' .8 Ook de Commissie gaat er in haar Guidance van uit dat `whenever a communication includes the product and the price these information requirements (uit art. 7 lid 4) become inevitably applicable' .9 In de vermelding van kenmerken en prijs ligt besloten dat de consument in staat wordt gesteld een aankoop te doen (`aldus').
De vraag is of deze, op de vermelding van de prijs en de kenmerken, toegespitste uitleg van de uitnodiging tot aankoop tot een eenvormige aanpak leidt. De 'prijs' en 'kenmerken' kunnen immers strikt dan wel ruim worden uitgelegd. Volgens het Hof staat een `vanaf'-prijs de kwalificatie van een praktijk als uitnodiging tot aankoop niet in de weg. Een te strikte uitleg van het prijscriterium zou de effectiviteit van art. 7 lid 4 te zeer beperken.10 Hetzelfde geldt voor het kenmerken-criterium. Een verwijzing in woord en beeld kan volstaan aldus het Hof, wanneer deze verwijzing de consument tot een aankoopbesluit kan bewegen.11 Volgens A-G Mengozzi is in dit opzicht van belang 'dat de consument objectief gezien over voldoende informatie beschikt om de aankoop te kunnen doen' .12
Nadeel van een dergelijke focus op de beschikbare informatie is de in de vorige alinea genoemde inconsistentie. Ingeval informatie ontbreekt, kunnen op het eerste gezicht twee tegenovergestelde conclusies worden bereikt: ofwel er is geen sprake van een uitnodiging tot aankoop (in de zin van art. 2 onder i), ofwel er is sprake van een misleidende omissie (in de zin van art. 7 lid 4). Het lijkt erop dat de A-G bij deze twee verschillende toetsen ook verschillende, resp. lagere en hogere, eisen aan de aanwezige informatie stelt.13 Dit is echter niet duidelijk.
455. Tot aan het Ving Sverige-arrest bestond er veel onduidelijkheid over de uitleg van het 'in staat stellen'-criterium.14 Een strikte uitleg van het 'in staat stellen'-criterium houdt in dat de advertentie de consument in praktische zin in staat stelt binnen afzienbare tijd een aankoop te doen. De consument wordt een 'daadwerkelijke mogelijkheid' tot het doen van een aankoop geboden door, bijvoorbeeld, het bijvoegen van een bestelformulier.
De Commissie wijst in haar Guidance een strikte uitleg af en stelt dat 'information given in the product marketing must be sufficient to enable the consumer to take a purchasing decision (i.e. to deelde whether to purchase that product for that price or not)' en noemt als voorbeeld `an advertisement in a newspaper or on TV'.15 In het Ving Sverige-arrest wordt de ruime uitleg van het criterium door het Hof bevestigd. Een uitnodiging tot aankoop vereist geen daadwerkelijke mogelijkheid om over te gaan tot de aankoop.16 Als gezegd bepaalt de in de boodschap vermelde informatie of de consument in staat is een aankoop te doen. Het Hof stelt omwille van de consumentenbescherming geen nadere, praktische eisen aan de uitnodiging tot aankoop (nabijheid verkooppunt, verwijzing naar telefoonnummer of website, bestelformulier, tijdspanne tussen de uitnodiging en de aankoop).
Hoe minder praktische eisen aan de uitnodiging tot aankoop worden gesteld, hoe ruimer dit type praktijk kan worden opgevat. En hoe meer praktijken als uitnodiging tot aankoop kwalificeren, hoe breder het toepassingsbereik van de strenge informatieplichten uit lid 4.17 Bij de vaststelling van de toepasselijkheid van art. 7 lid 4, dient de toetsende instantie uit te gaan van een ruime uitleg van art. 2 onder i richtlijn. 'Ter compensatie' beschikt hij bij de vaststelling van de misleidende omissie over de nodige discretie. De misleidingstoets vormt een zeer concrete toets.
De misleidende omissie
456. Wie toetst of er bij een uitnodiging tot aankoop sprake is van een misleidende omissie van essentiële informatie, beschikt over een grote, door het Hof in het Ving Sverige-arrest bevestigde beoordelingsruimte. De omschrijving in lid 4 van de door de handelaar te verschaffen informatie bevat diverse open termen en formuleringen. Onder a betreft bijvoorbeeld de ruim omschreven 'voornaamste kenmerken van het product'.18 Wat bij een bepaald product als hoofdkenmerk moet worden aangemerkt kan verschillen.19 Dat art. 7 lid 4 onder a ruimte biedt voor uiteenlopende opvattingen ten aanzien van wat 'essentiële' informatie vormt blijkt ook uit ov. 14 considerans.20
In de subleden van lid 4 zijn voorts tal van nuanceringen ingebouwd (in lijn met lid 3, par. 7.4.1). Onder a houdt bijvoorbeeld rekening met het gebruikte medium en het product. Het medium bepaalt de voor de vermelding van hoofdkenmerken beschikbare ruimte.21 Het Hof heeft reeds aangegeven dat een verwijzing naar een website kan zijn toegestaan. De rechter dient dit echter in het concrete geval te beoordelen.22 Een tweede voorbeeld van een in lid 4 opgenomen nuancering is onder d, waarin de informatieplicht afhangt van de vraag of het onderwerp van de mede te delen informatie in strijd is met de professionele toewijding.23
De verwijzing naar de context in de aanhef van lid 4 draagt ook bij aan de onbepaalbaarheid van de norm. De in de subleden genoemde informatie ontbreekt pas als 'deze niet reeds uit de context blijkt'. Daar komt bij dat het Hof de nuancerende gezichtspunten uit art. 7 lid 1 en 3 ook van toepassing acht op art. 7 lid 4 in zijn geheel (en niet slechts op onder a).24
Tot slot rijst de vraag of art. 7 lid 4 limitatief is bedoeld en hoe het zich verhoudt tot art. 5 lid 1 Richtlijnvoorstel consumentenrechten. Dit artikel neemt de lijst uit lid 4 over en vult haar aan. De vraag is of deze aanvullende informatieplichten onder f-i invloed zullen hebben op de lijst informatieplichten bij de uitnodiging tot aankoop.