Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.2.4.1
5.2.4.1 Haviltex-norm
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS497818:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635(Haviltex).
R.P.J.L. Tjittes, 'Uitleg van schriftelijke contracten', RMTItemis 2005-1, p. 7 suggereert dat het criterium van de verwachtingen van redelijke personen in dezelfde omstandigheden als partijen (de objectieve goede trouw) beter past bij de objectieve redelijkheid en billijkheid die volgens de HR de grondnorm voor uitleg is (in plaats van de gerechtvaardigde verwachtingen van de contractspartijen (subjectieve goede trouw)).
HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635(Haviltex), HR 7 juni 1996, NI 1996, 697 (Campo-arrest) en HR 19 oktober 2007, NI 2008, 23.
R.P.J.L. Tjittes, 'Uitleg van schriftelijke contracten', RMThemis 2005-1, p. 5.
Ibidem, p. 6, 8-9.
HR 17 september 1993, NJ 1994, 173(Gerritse/HAS).
Zie voor een mooie grafiek M. Spanjaart en E.J.L. Bulthuis, 'Het hellend vlak tussen de objectieve maatstaf en het Haviltex-criterium, of de uitleg van cognossementsbepalingen', WPNR 2004-6579.
Richting de cao-norm.
M.H. Wissink, 'Uitleg volgens Haviltex of CAO-norm?', WPNR 2004-6579 en R.P.J.L. Tjittes, `Uitleg van schriftelijke contracten', RMThemis 2005-1, p. 2-29. Wat Tjittes betreft kan de cao-norm als afzonderlijke uitlegnorm naast de objectieve Haviltex-norm worden afgeschaft (R.P.J.L.Tjittes, 'Terug naar de tekst- Een herwaardering van de tekstuele uitleg van contracten', WPNR 2007-6709, p. 419).
De vraag of rechtsvormwijziging gevolgen heeft voor een overeenkomst wordt in beginsel beheerst door de overeenkomst zelf. Het staat partijen vrij een voorziening op te nemen voor het geval een contractspartij van rechtsvorm wordt gewijzigd. In ons recht zijn geen wettelijke uitlegregels vastgelegd. In de jurisprudentie zijn wel uitlegregels ontwikkeld. Naar huidig recht is het Haviltex-criterium1 nog steeds het leidende beginsel2 als het gaat om de uitleg van overeenkomsten. Uit het Haviltex-arrest3 volgt dat niet alleen taalkundige uitleg beslissend is bij de uitleg van een overeenkomst, maar
(...) op de zin welke de koper daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen en op hetgeen de verkopers te dien aanzien van de koper mochten verwachten. Bij een deugdelijke uitleg is niet de taalkundige betekenis van de letterlijke contractstekst doorslaggevend, maar dient onderzocht te worden wat rechtens is indien de gevolgen van de overeenkomst worden vastgesteld met inachtneming van de goede trouw.'
Het gaat dan niet alleen om de bedoeling van partijen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst maar ook in de periode daarna.4 De bedoeling van partijen kan zelfs de eenduidige tekstuele uitleg van een overeenkomst opzij zetten. Tjittes5 stelt dat het primair gaat om de partijbedoeling en secundair de uitleg naar redelijkheid en billijkheid waar het over en weer vertrouwen centraal staat. De subjectieve uitleg (gezamenlijke partijbedoeling) gaat voor een objectieve uitleg (vaststellen van een redelijke uitleg). Dat uitgangspunt onderschrijf ik. Indien een gezamenlijke partijbedoeling vastgesteld kan worden door uitleg van de overeenkomst, dient die uitleg gevolgd te worden.
In aanvulling op het Haviltex-criterium is in de jurisprudentie de cao-norm6 ontwikkeld. De cao-norm is van toepassing bij geschillen waarbij een of meer partijen betrokken zijn die niet rechtstreeks betrokken waren bij de totstandkoming van de betreffende regeling. Daarvan is bij rechtsvormwijziging geen sprake. De bevordering van eenduidige uitleg voor meerdere betrokken personen en het feit dat de betreffende contractspartijen geen invloed hebben gehad op de totstandkoming van de bewoordingen van de bepalingen hebben tot gevolg dat de objectief kenbare gegevens beslissend zijn bij de cao-norm. De cao-norm houdt in dat voor de uitleg de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de gehele overeenkomst, in beginsel van doorslaggevende betekenis is. Kort gezegd: bij het Haviltex-criterium spelen de subjectieve gegevens7 een belangrijke rol terwijl het bij de cao-norm gaat om de objectief kenbare gegevens. Binnen de Haviltexmaatstaf winnen de argumenten voor een uitleg naar objectieve maatstaven aan gewicht naar mate de overeenkomst naar haar aard meer bestemd is de rechtspositie van derden te beïnvloeden.8 Tussen de Haviltex-norm en de cao-norm bestaat een vloeiende overgang.9 De gevolgen van rechtsvormwijziging van een contractspartij op een gesloten overeenkomst wordt aan de hand van uitleg bepaald. De cao-norm is niet van toepassing indien een van contractspartijen van rechtsvorm wordt gewijzigd aangezien een contractspartij betrokken is geweest bij de totstandkoming van de overeenkomst. Het gaat niet om bepalingen die werking hebben voor derden die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn. Dat betekent dat voor de uitleg van een overeenkomst bij rechtsvormwijziging van een contractspartij de Haviltex-norm geldt.