De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/7.4.1:7.4.1 Inleiding
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS369726:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:8 lid 2 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 7.3.3 kwam reeds ter sprake dat het EU-recht soms correctie behoeft. Tevens kwam ter sprake dat dit ertoe kan leiden dat één of meer ogenschijnlijk toepasselijke bepalingen van het EU-recht buiten toepassing blijven. Het ging daarbij specifiek om het voorkomen van mensenrechtenschendingen. In deze paragraaf gaat het om de vraag of het EU-recht ook in andere gevallen buiten toepassing kan blijven.
Naar Nederlands recht is niet per se een (dreigende) mensenrechtenschending nodig om afwijking van dwingend recht te rechtvaardigen. Voor de toepassing van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid volstaat het dat onverkorte toepassing van een regel in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar is.1 Dat geldt echter op zijn beurt niet onverkort als de desbetreffende regel gegrond is in een EU-richtlijn. Hierna zal in par. 7.4.2 eerst worden besproken dat het niet voor de hand ligt om de gevolgen van EU-recht onaanvaardbaar te achten. In par. 7.4.3 komt echter ter sprake dat het EU-recht het in een beperkt aantal gevallen toestaat dat wordt afgeweken van EU-recht.