Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/13.2.2.3
13.2.2.3 Nederland
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS368833:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De termen verkrijging en verwerving worden in de parlementaire geschiedenis en de regelgeving zelf door elkaar gebruikt, zie bijvoorbeeld Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 3, p. 25. In de acting in concert-definitie wordt gesproken van verwerving en in art. 5:70 Wft van verkrijging (vgl. ook art. 25 Bob Wft). Het door de Raad van State aangekaarte betekenisverschil tussen “verwerven”, opgevat als het door arbeid of moeite en “verkrijgen”, zonder die arbeid of moeite (Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 4, p. 14), zie ik niet, althans niet in juridisch relevante zin.
De Overnamerichtlijn brengt dit duidelijk tot uitdrukking door te spreken van de verwerving van effecten “die een bepaald percentage van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen waarmee de zeggenschap over de vennootschap wordt verkregen” (art. 5 lid 1).
NvT, Stb. 2012/197, p. 11.
Zie bijvoorbeeld Kamerstukken II, 2005/06, 30 419, nr. 20, p. 15. Zonder voorbehoud wordt hier opgemerkt: “als er sprake is van ‘acting in concert’ van ondernemingen die gezamenlijk 30% van de aandelen hebben, dan zijn deze verplicht een bod uit te brengen”.
Naar Nederlands recht moet worden aangenomen dat voor het ontstaan van een biedplicht geen verwerving1 in enge zin vereist is. Het sluiten van een stemovereenkomst kan op zichzelf al aanleiding geven tot een biedplicht; niet nodig is dat de samenwerkende aandeelhouders daarnaast nog effecten hebben verworven. Hiervoor kunnen verschillende argumenten worden aangevoerd.
In de eerste plaats wordt in art. 5:70 lid 1 Wft niet gesproken van de verwerving van effecten:
“1. Een ieder die alleen of tezamen met personen waarmee in onderling overleg wordt gehandeld, rechtstreeks of middellijk, overwegende zeggenschap verkrijgt […], brengt een openbaar bod uit op alle aandelen en op alle met medewerking van de naamloze vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen […].”
Hieruit lijkt al te kunnen opgemaakt dat naar Nederlands recht geen aanvullende verwerving van effecten wordt geëist. In het verlengde daarvan: art. 5:70 lid 1 Wft spreekt weliswaar van verkrijging, maar dit wordt gekoppeld aan overwegende zeggenschap, hetgeen strikt genomen niet in juridische zin verkregen kan worden: overwegende zeggenschap is als zodanig geen voor overdracht vatbaar vermogensrecht of -bestanddeel in de zin van art. 3:6 BW.2 Nu overwegende zeggenschap niet voor overdracht vatbaar is, kan het mijns inziens ook niet verkregen worden in bedoelde zin. Het element “verkrijging van overwegende zeggenschap” kan daarom niet anders dan in niet-overdrachtelijke zin worden opgevat.
Het voorgaande wordt bevestigd in de toelichting op de per 1 juli 2012 geldende vrijstellingsregeling inzake de toetreding tot een krachtens overgangsrecht vrijgesteld samenwerkingsverband (§ 15.2.2.3). Deze vrijstelling geldt blijkens de aanhef van art. 2 lid 5 Vrijstellingsbesluit overnamebiedingen Wft voor “degenen die overwegende zeggenschap verkrijgen door de toetreding tot een samenwerkingsverband van personen die in onderling overleg handelen”. In de Nota van Toelichting wordt deze vrijstelling gerechtvaardigd geacht “[o]mdat naar de letter van de wet wel zou kunnen worden geredeneerd dat er door de toetreding sprake is van het ‘verkrijgen’ van overwegende zeggenschap”.3
Voorts pleit tegen het eisen van een verwerving in enge zin de strekking van de biedplicht. Tegen de achtergrond van de strekking van de biedplicht – de bescherming van minderheidsaandeelhouders tegen het gevaar van machtsmisbruik – is immers irrelevant hoe deze macht gevormd is (§ 13.2.2.2 sub III).
Een laatste argument is dat in de parlementaire geschiedenis geen enkel aanknopingspunt te vinden is dat de wetgever heeft beoogd de biedplicht afhankelijk te maken van een verwerving in enge zin.4