Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.1.b.v
5.3.1.b.v Latere verdragsbepalingen
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS469947:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie alinea's 285 e.v. hiervoor. Eenzelfde formule treft men aan in art. 2 lid 2 van het Verdrag van Parijs, welke bepaling teruggaat tot de conferentie van Washington in 1911 — dus dezelfde tijd als waarin art. 5 lid 2, tweede volzin van de Berner Conventie werd ontworpen. Art. 2 lid 2 van het Verdrag van Parijs luidt: 'Toutefois, aucune condition de domicile ou d'établissement dans le pays ou la protection est réclamée ne peut être exigée des ressortissants de l'Union pour la jouissance d'aucun des droits de propriété industrielle.' Deze bepaling heeft strikt genomen geen illatief-conflictenrechtelijke betekenis, zoals art. 5 lid 2, tweede volzin van de Berner Conventie, maar zij maakt wel duidelijk dat haar opstellers in termen van formele territorialiteit dachten. Zie ook alinea 360 hiervoor.
Zie art. 31 lid 3 onder a van het Weens Verdragenverdrag.
Actes BC 1908, p. 38 (voorstel Duitsland en Bureau). Vgl. ook Actes BC 1908, p. 240 (Rapport de la Commission): 'Incontestablement la règle de l'indépendance est plus facile á appliquer, (...), devant un tribunal étranger, une règle couttunière ou jurisprudentielle est assez difficile á établir.'
Actes BC 1908, p. 38 (voorstel Duitsland en Bureau). Merk op dat men hier een iets minder diplomatieke toon aanslaat dan in Bern. Men wijst er immers op dat toepassing van een vreemde auteurswet een hoog risico op fouten meebrengt. Dat is weinig vleiend voor de vreemde rechter (vgl. Actes BC 1908, p. 239 (Rapport de la Commission)) en daarom wordt diplomatiek gesuggereerd dat dit niet aan de rechter ligt, maar aan de complexiteit van het auteursrecht. In werkelijkheid breekt hier de ergernis over de derde lex originis-uitzondering naar de oppervlakte (zie daarover par. 3.1 en par. 3.2).
Volledigheidshalve: men zou ook nog kunnen denken aan de regel dat óók rekening dient te worden gehouden 'met iedere ter zake dienende regel van volkenrecht die op de betrekkingen tussen partijen kan worden toegepast' (art. 31 lid 3 onder c Weens Verdragenverdrag). Op grond van deze regel kan onder omstandigheden rekening worden gehouden met een evolutie van het volkenrecht, zie Sinclair 1984, p. 138-140. Nu zou men kunnen zeggen dat zich hier zo'n evolutie heeft voorgedaan: de gedachte achter formele territorialiteit is immers een volkenrechtelijke (toepassing van vreemd intellectuele-eigendomssrecht is een schending van staatssoevereiniteit), en die gedachte is ondertussen vervallen. Op dit punt heeft dus, zo zou men kunnen betogen, zich een evolutie van het volkenrecht voltrokken, waarmee op grond van voormelde regel rekening gehouden dient te worden. Deze redenering is m.i. echter wat vergezocht. Er is, zo zal dadelijk blijken, een betere grond voor handen.
650. Tekst art 5 lid 2. Ten slotte wordt, wat betreft de Berner Conventie, de formele-territorialiteitscomponent expliciet bevestigd door de tekst van het illatieve artikel 5 lid 2, tweede volzin, waar wordt gesproken over "de wetgeving van het land, waar de bescherming wordt ingeroepen." 1 De verdragsopstellers hebben daarmee zonneklaar de formele-territorialiteitscomponent van het beginsel van nationale behandeling in de tekst van de conventie verankerd. Dit zou kunnen worden beschouwd als een latere overeenstemming tussen de verdragsstaten met betrekking tot de interpretatie van het beginsel van nationale behandeling, waarmee volgens de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag ook rekening mee moet worden gehouden; dergelijke overeenstemming geldt als een primaire interpretatiebron.2
651. Berlijnse travaux préparatoires. In de Berlijnse travaux préparatoires treft men enkele opmerkingen aan, waaruit blijkt dat de verdragsopstellers in termen van formele territorialiteit dachten. Net als in de Berner travaux préparatoires staan de desbetreffende opmerkingen in het vreemdelingenrechtelijke kader van de materiële-reciprociteitstoets, en net als in de Berner travaux préparatoires treden overwegingen van praktische aard op de voorgrond. Het beginsel van nationale behandeling heeft, zo stelde men bijvoorbeeld vast,
"(...) l'avantage d'une grande simplicité, puisque, dans cheque pays unioniste, les tribunaux ou les interessés n'auraient plus à consulter que la loi nationale (...)."3
"(...) on congoit que, dans les questions aussi compliquées que celles du droit d'auteur et avec lesquelles la plupart des juges sont si peu familiarisés, il se commette inévitablement des erreurs dans l'interprétation des lois étrangères, (...)."4
652. Conclusie. Dit alles tezamen — dus: bevestiging door travaux préparatoires, toenmalige rechtspraak, toenmalige literatuur en latere verdragsbepalingen — vormt een krachtige aanwijzing dat wij ook thans gebonden zijn aan (ook) de formeleterritorialiteitscomponent van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling.
653. Doorbreking? Zijn er volgens de interpretatieregels uit het Weens Verdragen-verdrag gronden aanwezig waarmee dat zou kunnen worden doorbroken? Twee gronden dienen zich aan: het doel van de verdragen, en de afwijkende latere praktijk (zogeheten 'later gebruik'). Onderzoeken wij deze beide punten.5