Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/14.1.5.1
14.1.5.1 Inleiding
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS304015:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 8; Asser/ van Mierlo 2016, para. 505; Snijders & Rank-Berenschot 2017, para. 49.
Parlementaire Geschiedenis Boek 3, p. 882-883.
Zie in deze zin ten aanzien van het retentierecht voor dit onderscheid Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 8. Swinnen 2014, p. 23-24 gebruikt de term ‘structurele accessoriteit’ om te verwijzen naar de samenhang tussen hoofdrecht en afhankelijk recht in de zin van art. 3:7 BW en de term ‘functionele accessoriteit’ voor de samenhang tussen hoofdrecht en afhankelijk recht in de zin van art. 3:82 BW.
560. De afhankelijke rechten die het Nederlandse recht kent, kunnen op verschillende manieren worden onderscheiden. Hierna zal ik een onderscheid maken in afhankelijke zekerheidsrechten en afhankelijke genotsrechten, omdat dit onderscheid voor de rest van de bespreking het meest relevant is (zie bijvoorbeeld paragraaf 14.2 en 14.3). Een andere mogelijke indeling is om te onderscheiden al naar gelang het afhankelijke recht tevens een beperkt recht is of niet; het pandrecht, hypotheekrecht, recht van erfdienstbaarheid en afhankelijke opstalrecht zijn dat wel, het recht uit borgtocht en het aandeel in een mandelige zaak zijn dat niet. In de literatuur wordt verder wel onderscheiden tussen rechten die ‘volledig’ afhankelijk zijn en rechten die dat slechts in beperkte mate zijn. Een voorbeeld daarvan is het retentierecht.1 In de wetgevingsgeschiedenis wordt daarover opgemerkt dat een retentierecht wel afhankelijk is van de vordering waarvoor teruggave wordt opgeschort voor wat betreft zijn ontstaan en tenietgaan, maar niet automatisch mee overgaat als deze vordering wordt overgedragen.2 Didactisch kan het handig kan zijn om te onderscheiden tussen rechten die (alleen) afhankelijk zijn in de zin van art. 3:7 BW en rechten die (tevens) afhankelijk zijn in de zin van art. 3:82 BW.3 Het is echter wat gewrongen om een recht als ‘afhankelijk’ aan te merken dat het belangrijkste aspect van afhankelijke rechten – de automatische overgang samen met een ander recht – mist.