BNB 2019/18
Laagbelaste beleggingsdeelneming. Vermomd dividend bestaand in het niet-bedingen van rente van een zustermaatschappij
HR 02-11-2018, ECLI:NL:HR:2018:2034, m.nt. R.J. de Vries
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 november 2018
- Magistraten
Mrs. Koopman, Punt, Van Loon, Van Kalmthout, Van Hilten
- Zaaknummer
17/03918
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
R.J. de Vries
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS171945:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:2034, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑11‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:426, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑04‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑04‑2018
- Wetingang
Art. 13 lid 9 en 10 Wet VPB 1969; art. 8 Overeenkomst Nederland-Ierland t.v.v.d.b.; art. 10 OESO-Modelverdrag
Essentie
Laagbelaste beleggingsdeelneming. Vermomd dividend bestaand in het niet-bedingen van rente van een zustermaatschappij
Samenvatting
Voortzetting zaak HR, BNB 2016/214c*.
Belanghebbende behoort tot een internationaal concern. Zij fungeert als houdster- en financieringsmaatschappij en houdt alle aandelen van de in Ierland gevestigde vennootschap A. De moedermaatschappij van belanghebbende houdt middellijk tevens de aandelen van de in Nederland gevestigde D BV, die enig aandeelhouder is van E, een Ierse Ltd. A hield onder meer een renteloze en direct opeisbare vordering op E. Van A is in 2008 Ierse winstbelasting geheven van 25% van haar in euro’s aangegeven ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.