De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.3.4.2:6.3.4.2 Examenprogramma
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.3.4.2
6.3.4.2 Examenprogramma
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949486:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2.54 van de Wvo 2020.
Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs (Stcr. 2007, 111).
Artikel 2.13 van de Wvo 2020.
Artikel 2.54 van de Wvo 2020.
Zie de toelichting bij Regeling examenprogramma’s voortgezet onderwijs (Stcr. 2007, 111, p. 1-2).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De inhoud van de eindexamens wordt vastgesteld door de minister in de examenprogramma’s, met uitzondering van de door het bevoegd gezag vastgestelde vakken.1 De examenprogramma’s zijn opgenomen in een bijlage bij een ministeriële regeling.2 Bij de vaststelling van de eindexamenprogramma’s Nederlandse taal en literatuur worden de referentieniveaus Nederlandse taal in acht genomen.3 De kerndoelen hebben enkel betrekking op de eerste twee schooljaren in het voortgezet onderwijs en spelen daarom bij het eindexamen geen rol.4
In de examenprogramma’s wordt voor zowel het school- als het centraal examen de examenstof omschreven.5 Uit de examenprogramma’s blijkt daarnaast hoe de examenstof wordt verdeeld over het schoolexamen en het centraal examen. Bij het opnieuw vaststellen van de examenprogramma’s in 2007 heeft de minister ernaar gestreefd om de verantwoordelijkheid voor het eindexamen beter te verdelen tussen de overheid en de deskundigen in het veld, waaronder de leraren.6 De exameneisen zijn daarom globaler omschreven. De exameneisen zijn daarom globaler omschreven. De eisen geven een duidelijke richting aan, maar beogen ook ruimte te bieden aan scholen om binnen de aangegeven onderwerpen eigen keuzes te maken.
Bij de centrale examens wordt ernaar gestreefd om jaarlijks aan elke kandidaat dezelfde eisen te stellen.7 Omdat de opgaven van de examens jaarlijks verschillen, wordt middels de normeringsterm (N-term) de normering van de examens van de verschillende jaren op elkaar afgestemd. Bij het vaststellen van de N-term wordt ernaar gestreefd dat de prestatie-eisen jaarlijks hetzelfde blijven. Eventuele onvolkomenheden in de examens, zoals foutieve opgaven, kunnen eveneens verwerkt worden in de N-term. De N-term wordt vastgesteld door het CvTE.8