Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/5.5:5.5 Samenvatting en conclusies
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/5.5
5.5 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS499137:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk staat in het teken van de btw-positie van de afnemer die zijn schulden onbetaald laat. De ondernemer die met betrekking tot de door hem ingekochte goederen en/of diensten btw heeft afgetrokken, behoudt bij niet-betaling op grond van art. 184-186 Btw-richtlijn als uitgangspunt zijn recht op aftrek. Art. 185 lid 2 eerste alinea Btw-richtlijn stelt immers dat het recht op aftrek niet wordt herzien voor ‘handelingen die geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven’, waaronder mijns inziens (tevens) moet worden verstaan de ‘niet-betaling’ bezien vanuit de afnemer. Lidstaten hebben evenwel de mogelijkheid om op grond van de derogatiebepaling van dit uitgangspunt af te wijken, door – net als het uitgangspunt bij de leverancier ex art. 90 lid 1 Btw-richtlijn – toch herziening te eisen. Ik ben van mening dat ‘niet-betaling’ (en daarmee de ‘handelingen die geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven’) dezelfde betekenis toekomt als het begrip uit art. 90 lid 1 Btw-richtlijn. Deze categorie veronderstelt dat de afnemer niet van zijn betalingsverplichting jegens de leverancier wordt ontslagen. Lidstaten die ‘niet-betaling’ beschouwen als aanleiding om de aftrek te herzien, zullen ook wanneer de niet-betaling niet geheel vaststaat (binnen een redelijke termijn) het recht op aftrek moeten herzien. Ik betwijfel of lidstaten in dat geval bij een ‘betaling alsnog’ de belastingplichtige kunnen toestaan op de herziening terug te komen. Ik ben desondanks van oordeel dat art. 184-186 Btw-richtlijn meer dan voldoende rekening houden met het rechtskarakter van de btw. Met het voorgaande meen ik de in paragraaf 5.1 opgenomen deelvraag (‘Welke btw-gevolgen verbindt het Unierecht aan niet-betaling en hoe verhouden deze zich tot het rechtskarakter van de btw?’), beoordeeld vanuit de afnemer, te hebben beantwoord.