Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/1.3.2.2:1.3.2.2 Verantwoording opzet rechtshistorisch onderzoek
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/1.3.2.2
1.3.2.2 Verantwoording opzet rechtshistorisch onderzoek
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS449869:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit is ook de onderzoeksmethode die Van der Heijden heeft gehanteerd in zijn proefschrift over de ontwikkeling van de naamloze vennootschap in Nederland, al noemde hij deze, taalkundig minder zuiver, de retrogressieve methode. Zie Van der Heijden (1908), p. 11-12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 4 wordt de historische oorsprong van het bestuursverbod onderzocht. Het doel hiervan is te achterhalen wanneer en met welk doel het bestuursverbod zoals dat in het huidige Wetboek van Koophandel is geregeld, ooit is ontstaan en hoe het zich sedertdien in een directe, ononderbroken lijn heeft ontwikkeld. De methodologie die ik daarbij heb gebruikt is de historischteruggaande ofwel de retrospectieve.1 Daarbij heb ik, uitgaande van de huidige regeling van het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap, bezien of zij door een eerdere wettelijke of anderszins algemeen verbindende regeling doorslaggevend is beïnvloed. Het antwoord daarop bleek bevestigend te zijn, waarop ik vervolgens de op deze wijze gevonden regeling aan eenzelfde onderzoek heb onderworpen. Dat heb ik herhaald totdat ik uiteindelijk uitkwam bij een algemeen verbindende regeling die niet door een vroegere algemeen verbindende regeling is beïnvloed. Deze is in de gekozen onderzoeksmethodiek dan als de oorsprong van het huidige in Nederland geldende bestuursverbod aan te merken. Vervolgens is de ontwikkeling van de regelgeving omtrent het bestuursverbod langs dezelfde lijn terug, dus in chronologische volgorde, beschreven tot aan de Nederlandse codificatie van 1838.