Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/2.2.3.2
2.2.3.2 Frankrijk en België: specifieke zekerheidsrechten
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS475616:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over deze ontwikkeling W. Snijders 1970, p. 27-28; en Zwalve 2006b, p. 510-516.
Zie thans art. L. 142-1 e.v. Code de Commerce. Zie ook Malaurie/Aynès & Crocq 2011/541. Sinds 2006 kan op vergelijkbare wijze een landbouwonderneming (fonds agricole) worden verpand. Art. L. 311-3 Code rural et de la pêche maritime.
Wet van 25 oktober 1919 betreffende het in pand geven van de handelszaak (Wet pand handelszaak). Deze wetgeving wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van het herziene Belgische zekerhedenrecht. Deze inwerkingtreding is uitgesteld tot 1 januari 2017.
Het register wordt in Frankrijk gehouden op de griffies van de rechtbanken van koophandel (vgl. art. L. 142-3 Code de Commerce) en in België op het zogenaamde hypotheekkantoor (art. 4 Wet pand handelszaak).
Art. 2 Wet pand handelszaak. Vgl. art. L. 142-2 Code de Commerce voor de (deels afwijkende) omvang van het Franse pandrecht op de onderneming.
Dirix e.a. 1995, nr. 73. Zie ook Hof van Cassatie 6 november 1970, RCJB 1972, 320, m.nt. Fontaine.
R. Jansen 2009/144 e.v. en 888 e.v.
R. Jansen 2009/890, met verdere verwijzingen. Vgl. voor Frankrijk art. L. 142-5 Code de Commerce.
Daarnaast kan worden gewezen op het Belgische landbouwvoorrecht op grond van de Wet van 11 mei 1884 betreffende de landbouwleningen. Het voorrecht is in grote mate vergelijkbaar met het pandrecht op de handelszaak. Ook deze wetgeving wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van het herziene Belgische zekerhedenrecht. Zie voorts het Franse nantissement de fonds agricole op grond van art. L311-3 Code rural et de la pêche maritime.
Zie bijvoorbeeld T.M.C. Asser 1885, p. 44-49, over de wenselijkheid van een ‘conventioneel privilege’ op alle tegenwoordige en toekomstige goederen in het kader van obligatieleningen. Zie hierover ook W. Snijders 1970, p. 25.
Zie over deze figuur onder anderen Moltzer 1886.
15. Het Franse en het Belgische zekerhedenrecht hebben zich voornamelijk ontwikkeld door wettelijk ingrijpen. Kort gezegd, is de rechter in deze rechtsstelsels afkerig geweest van het erkennen van zekerheidsfiguren die niet bij wet waren voorzien. Zo is steeds vastgehouden aan de hoofdregel dat een vuistloos zekerheidsrecht op roerende zaken in strijd was met de wettelijke regeling van het pandrecht. Tegenover deze terughoudendheid in de rechtspraak staat de welwillendheid van de wetgever om regelmatig in te grijpen indien een maatschappelijke behoefte bestond aan een vorm van zekerheid die van het wettelijke normaaltype afweek. Op deze manier zijn verschillende en bij afzonderlijke wet geregelde zekerheidsrechten ontstaan.1
Het belangrijkste voorbeeld voor beide stelsels van een dergelijk zekerheidsrecht is het pandrecht op een onderneming. Sinds 1898 kent het Franse recht de figuur van een pandrecht op een onderneming (nantissement de fonds de commerce).2 Het Belgische recht kent sinds 1919 de vergelijkbare figuur van een pandrecht op een handelszaak.3 Dit pandrecht is een belangrijk instrument voor de financiering van ondernemingen. De verpanding van de onderneming geschiedt door middel van een authentieke of onderhandse akte, zonder machtsverschaffing. Aan het pandrecht wordt publiciteit – en daarmee tegenwerpelijkheid aan derden – verleend door inschrijving in een daartoe bestemd register.4 Het pandrecht wordt dan ook wel als een “registerpandrecht” aangemerkt. Het pandrecht omvat vervolgens “het geheel der waarden die de handelszaak uitmaken, met name de klandizie, het uithangbord, de handelsinrichting, de merken, het recht op de huurceel, het mobilair van het magazijn en het gereedschap, dat alles behoudens strijdig beding”. Mits overeengekomen, omvat het pandrecht de voorraden tot een beloop van 50% van de waarde.5 Het pandrecht kan tevens worden uitgebreid met bijvoorbeeld de vorderingen van de handelszaak.6 Volgens de heersende opvatting is het pandrecht op de handelszaak vlottend, in die zin dat de samenstelling van het onderpand kan wisselen. De nieuwe vermogensbestanddelen van de handelszaak vallen zonder nadere vestigingshandeling onder het pandrecht.7 Het pandrecht neemt, ook voor de toekomstige bestanddelen, rang naar het moment van inschrijving.8 Het Franse recht en het Belgische recht erkenden hiermee een vorm van zekerheid op een algemeenheid van goederen, namelijk de onderneming.9
16. Daar waar de Franse en Belgische wetgever ad hoc specifieke zekerheidsrechten in het leven riep, was er in Nederland weinig tot geen wetgevende activiteit te bespeuren. De wens om zekerheid op (mede) toekomstige goederen mogelijk te maken voor bepaalde sectoren kwam slechts een enkele keer in beeld.10 Alleen in het recht van de voormalige kolonie Nederlands-Indië is een bijzonder zekerheidsrecht in het leven geroepen, een voorbeeld dat op het continent geen navolging heeft gehad.
De aanleiding was de landbouwcrisis van 1884 in Nederlands-Indië. Naar Frans en Belgisch voorbeeld zag de wetgever zich genoodzaakt om met een bijzonder zekerheidsrecht de kredietverlening aan een bepaalde sector van de economie te bevorderen. De wetgever kwam de Nederlands-Indische landbouwsector tegemoet door invoering van een bijzonder zakelijk recht genaamd het “oogstverband”. Door vestiging van een oogstverband konden landbouwers hun toekomstige te velde staande oogst en ongeplukte vruchten die bestemd waren voor de Europese markt in zekerheid geven.11 In feite betrof het hier een vuistloos pandrecht op vooralsnog toekomstige goederen.
De beperkingen voortvloeiend uit het Burgerlijk Wetboek voor zekerheid op toekomstige goederen, gecombineerd met het uitblijven van wetgevend ingrijpen op dit punt, betekende dat in Nederland eventuele vernieuwingen vanuit de rechtspraktijk en rechtspraak moesten komen. Het Duitse recht in het bijzonder, maar ook het Engelse recht, boden daarvoor interessante aanknopingspunten.