Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/86
89 De rechter is absoluut onbevoegd
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459481:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Op grond van art. 73 Rv kan de rechter alleen naar een gewone rechter verwijzen (rechtbank, hof of Hoge Raad, art. 2 Wet RO) en slechts voor zover deze rechter burgerlijke zaken behandelt. Van Mierlo 2014 (T&C Rv), art. 73, aant. 2. Zie ook art. 1019k Rv, dat bepaalt dat de (onbevoegde) pachtkamer de zaak moet verwijzen naar een (bevoegde) gewone rechter en andersom.
De kamer voor kantonzaken beslist de dagvaardingszaken genoemd in art. 93 Rv. Met betrekking tot verzoekschriftprocedures geeft de materiële wet aan of zaken moeten worden beslist door de kamer voor kantonzaken (zie bijvoorbeeld art. 7:685 lid 1 BW).
Rb. Haarlem 22 september 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BF3246.
PG Bewijsrecht 1988, p. 307.
De rechter die constateert dat hij absoluut onbevoegd is, verklaart zich, zo nodig ambtshalve, onbevoegd (art. 72 Rv). Als een andere rechter absoluut bevoegd is, verwijst de rechter de zaak in zijn beschikking naar die rechter (art. 73 Rv).1 Indien het absoluut bevoegde gerecht de rechtbank is, maar de hoofdzaak door de kamer voor kantonzaken moet worden beslist,2 dan moet het verzoekschrift worden gericht tot die kamer (art. 187 lid 1 Rv).3 Indien een verzoekschrift ten onrechte niet of juist wel bij de kamer voor kantonzaken wordt ingediend, moet de ontvangende kamer de zaak verwijzen naar de juiste kamer (art. 71 lid 1 en 2 Rv).
Met de aard van het voorlopig getuigenverhoor is niet verenigbaar dat uitgebreid wordt gediscussieerd over de absolute bevoegdheid. In de laatste zin van art. 187 lid 1 Rv is daarom opgenomen dat de rechter summierlijk beoordeelt of hij absoluut bevoegd is.4