Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/3.4.2
3.4.2 Immateriële schade
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267447:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Voetnoten
Voetnoten
De rechter mag met alle omstandigheden van het geval rekening houden bij de begroting van die schade, en heeft zelfs de bevoegdheid, indien hij daartoe gronden aanwezig oordeelt, om geen schadevergoeding toe te kennen. Zie HR 27 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1337, NJ 2002/91 (B./C.), r.o. 3.6; HR 22 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, NJ 2002/240 (Taxibus), r.o. 6.4.
Wolters 2013, p. 79. Zie ook HR 8 juli 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0665, NJ 1992/714 (Academisch Medisch Centrum/O), r.o. 3.3; HR 17 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8358NJ 2001/215 (Druijff/B.C.E. Bouw), r.o. 3.6.
Rb. Noord-Nederland 3 mei 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1700 (X/Advocatenkantoor).
Zie Van der Linden & Walree 2018 (hoofdstuk 2) en Vrugt & Dammers 2018 over de (on)mogelijkheden van een collectieve procedure bij een onrechtmatige verwerking.
Vergelijk in andere zin Smeehuijzen & Verheij 2018. Zij signaleren dat de massaschade die de schadeveroorzaker veroorzaakt een optelsom is van individuele schades. Dat die schade het gevolg is van een enkele gebeurtenis biedt volgens hen nauwelijks een rechtvaardiging om de schadeveroorzaker meer of minder dan de som van het totaal te laten betalen. Aan de andere kant stellen zij dat immateriële schade ‘intrinsiek onbepaalbaar’ is en de hoogte van de immateriële schadevergoeding zich vanuit het bestaande schadebegrip moeilijk laat falsificeren. De stelling dat er geen rechtvaardiging is om de schadeveroorzaker minder dan de som van het totaal te laten betalen, lijkt daarom betrekking te hebben op materiële schade.
Hoewel de rechter een discretionaire bevoegdheid heeft met betrekking tot het bepalen van de omvang van een immateriële schadevergoeding,1 zal hij rekening houden met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen hebben toegekend.2 Aansluiten bij eerder toegekende bedragen in vergelijkbare gevallen is dus een belangrijk gezichtspunt. Als de rechter meent dat de Nederlandse Facebookgebruiker in zijn persoon is aangetast, en kijkt naar andere gevallen waarin een immateriële schadevergoeding werd toegekend na een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens: wat is dan een realistisch bedrag?
In de rechtspraak omtrent onrechtmatige verwerkingen variëren de immateriële schadevergoedingen van 100 euro tot 5000 euro. De feiten in dit schandaal zijn echter moeilijk te vergelijken met de zaken waarin schadevergoeding aan de betrokkene werd toegekend. Een vergelijking met het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland ligt het meest voor de hand.3 Ook in die zaak betrof het een gegevensverwerking met beperkte gevolgen voor de betrokkene. De rechtbank kende in deze zaak 100 euro toe aan de betrokkene. Evenwel werd in die casus gevoelige informatie over de financiële positie van de betrokkene gebruikt voor een gericht aanbod. De impact op de persoonlijke levenssfeer in die zaak lijkt dus groter dan wat de Nederlandse Facebookgebruiker in redelijkheid kan ervaren als gevolg van dit schandaal. Aan de andere kant is het faciliteren van de heimelijke gegevensverzameling door Facebook minstens zo ernstig als de onrechtmatige verwerking door het advocatenkantoor. Indien de rechter oordeelt dat er sprake is van een persoonsaantasting in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW, is daarom, gelet op het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland, 100 euro een realistisch bedrag voor een immateriële schadevergoeding.
Met het uitzicht op een dergelijk bedrag is het voor de Nederlandse Facebookgebruikers financieel aantrekkelijker om de krachten te bundelen in een collectieve procedure.4 Hierbij moet worden opgemerkt dat 100 euro per individu mogelijk een te hoog bedrag is als een grote groep Facebookgebruikers een schadevergoeding claimt. Een rechter kan rekening houden met de mogelijkheid dat een groot aantal betrokkenen – individueel of door middel van een collectieve procedure - een claim indient tegen Facebook, waardoor de som aan schadevergoedingen enorm kan zijn.5 Dan kan de totale som aan schadevergoedingen in Nederland in potentie oplopen tot 9 miljoen euro, en wereldwijd zelfs tot 8,7 miljard euro.6 De vraag is dan of een dergelijk totaalbedrag billijk is. De sanctionering van de inbreuk is ook gewaarborgd met een kleinere immateriële schadevergoeding per betrokkene, mits de totaalsom van die vergoedingen substantieel is. Indien een rechter hierop vooruitloopt, acht ik het reëel dat de toegekende schadevergoeding per betrokkene lager zal zijn dan 100 euro.