Procesrecht in arbeidszaken
Einde inhoudsopgave
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/4.3.2:4.3.2 Rechtsmacht, absolute en relatieve bevoegdheid, interne bevoegdheid
Procesrecht in arbeidszaken (MSR nr. 88) 2024/4.3.2
4.3.2 Rechtsmacht, absolute en relatieve bevoegdheid, interne bevoegdheid
Documentgegevens:
Petra de Bruin, datum 30-04-2024
- Datum
30-04-2024
- Auteur
Petra de Bruin
- JCDI
JCDI:ADS981991:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan het begin van de procedure kan een gedaagde of verweerder een bevoegdheidsincident opwerpen. Dat betekent dat de vraag aan de orde wordt gesteld of de aangezochte rechter rechtsmacht heeft en of die rechter wel absoluut en/of relatief bevoegd is. Bij rechtsmacht gaat het om de vraag of de aangezochte Nederlandse rechter kan oordelen over de aanhangig gemaakte zaak. Dat is een vraag die aan de orde kan zijn in zaken met een internationaal karakter. Die rechtsmacht kan voortvloeien uit verdragen, EU-verordeningen en in Nederland geldende wettelijke bepalingen die zijn opgenomen in de eerste titel van het eerste ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.