V-N 2023/14.6
Rekenrente van 4% niet in strijd met EVRM
HR 17-03-2023, ECLI:NL:HR:2023:324, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 maart 2023
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Cools
- Zaaknummer
20/02644
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS692284:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Pensioenen / Pensioensystematiek
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:324, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:125, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:137, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:70, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de fiscale onderwaardering van een pensioenverplichting niet een inbreuk maakt op een eigendom of een gerechtvaardigde verwachting. Er is niet voldaan aan het vereiste van het bestaan van een eigendom of een gerechtvaardigde verwachting in de zin van art. 1 EP EVRM.
Samenvatting
A bv, de gevoegde dochtermaatschappij van X bv, heeft een pensioenverplichting jegens haar dga en diens echtgenote. In de ingediende VPB-aangifte is de pensioenverplichting gewaardeerd op € 1,5 mln. Hierbij is een rekenrente van 4% gehanteerd. Volgens X bv zijn de waarderingsregels die gelden voor de pensioenverplichting, in strijd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.