Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/6.5.5.1
6.5.5.1 Algemeen; belastende informatie in strafprocedures
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS500729:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 8 april 2004 (Weh t. Oostenrijk), § 42 (cursivering toegevoegd).
Knigge, noot onder EHRM 25 februari 1993 (Funke t. Frankrijk), NJ 1993, 485, pt. 3.
Schutte 1994.
Feteris, noot onder EHRM 3 mei 2001 (J.B. t. Zwitserland), BNB 2002/26, pt. 5. In pt. 6 merkt Feteris met verwijzing naar § 47 en § 66 op, dat het EHRM daarin een opmerkelijk ruim toepassingsbereik aan het zwijgrecht lijkt toe te kennen, in die zin, dat het nu ook een zwijgrecht aanvaardt wanneer verklaringen worden gevraagd met een dubbel doel: zowel met het oog op de bewijslevering in een bestuurlijke boetezaak als voor de belastingheffing.
Feteris 2002(a), p. 292.
Zie voor een nuancering § 6.5.5.2 hierna.
Bij volgtijdelijke samenloop kan nog worden gedacht aan situaties waarin een (door de autoriteiten als zodanig gepresenteerd) toezichtsonderzoek voor punitieve doeleinden wordt uitgevoerd.
De enkele vaststelling dat de verdachte na de criminal charge van overheidswege wordt gedwongen om te mee te werken aan een onderzoek, is onvoldoende om de toepasselijkheid van het recht tegen gedwongen zelfbelasting aan te nemen. Funke-achtige zaken betreffen ‘cases relating to the use of compulsion for the purpose of obtaining information which might incriminate the person concerned in pending or anticipated criminal proceedings against him, or – in other words – in respect of an offence with which that person has been “charged”’.1
Dit doel-criterium is al sinds het verschijnen van het Funke-arrest onderwerp van debat. Wattel meent dat Funkes medewerking werd afgedwongen op het moment dat hij al verdachte was, met als doel hem strafrechtelijk te kunnen vervolgen.2 Het ging dus niet om vorderingen ten dienste van de controle of uitvoering van de wet, maar om strafvordering. Uit het arrest kan volgens Wattel worden opgemaakt dat aan vorderingen die ertoe strekken een verdachte het bewijs tegen zichzelf te laten leveren, niet hoeft te worden voldaan. Men kan er gevoeglijk vanuit gaan, aldus Wattel, dat een belastingplichtige tegen wie het voornemen bestaat een strafvervolging in te stellen of een fiscale boete op te leggen, straffeloos kan weigeren te voldoen aan inzage- en inlichtingenvorderingen, die erop gericht zijn hem het bewijs te doen produceren van de feiten waarvan hij wordt verdacht.
Min of meer in lijn hiermee meent Knigge dat onderscheid moet worden gemaakt tussen een veroordeling van de verdachte met het oogmerk gegevens te verkrijgen en een op zichzelf staande veroordeling wegens het niet voldoen aan een wettelijke verplichting.3
Schutte meent echter dat hoewel dit onderscheid in de rechtspraak van de HR tot Funke een belangrijke rol heeft gespeeld, het slechts een formeel karakter heeft.4 Niemand zal kunnen ontkennen dat de sanctionering van een verplichting als doel heeft de nakoming van die verplichting af te dwingen, dan wel niet-nakoming zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Wat dat betreft is het verschil tussen een strafrechtelijke of administratieve sanctie en het feitelijk afdwingen van de nakoming door lijfsdwang et cetera, niet principieel maar slechts gradueel. Omdat het EHRM keer op keer heeft laten blijken vooral met materiële begrippen te willen werken, meent Schutte dat het door Knigge gemaakte onderscheid niet van belang is.
Ik wijs in dit verband op Feteris. Naar aanleiding van J.B. wijst hij op de situatie waarin informatie wordt verzameld met een dubbel doel, dat wil zeggen voor zowel toezichtsdoeleinden als met het oog op de (mogelijke) oplegging van een straf.5 Het arrest wijst erop dat het Hof ook bij vragen die door de belastingautoriteiten met een dergelijk dubbel doel worden gesteld een zwijgrecht voor de betrokken belastingplichtige erkent.6 Dit zou vragen die uitsluitend voor heffingsdoeleinden worden gesteld, uitsluiten van het zwijgrecht.7
De opvattingen van Wattel en Knigge sluiten goed aan op situaties waarin de informatie met een eenduidig (punitief) doel van de ‘person charged’ wordt gevorderd. Dan kan vooral worden gedacht aan situaties waarin geen ander doel dan bestraffing van de verdachte speelt, zoals het toezicht op naleving van voorschriften. De opvatting van Schutte lijkt weer beter aan te sluiten bij situaties waarin sprake is van informatie die niet met een eenduidig doel van de ‘person charged’ wordt gevorderd. Dit zal vooral kunnen spelen wanneer toezichts- en strafvorderlijk onderzoek gelijktijdig samenlopen.8 Hierop ziet specifiek de opvatting van Feteris.