RFR 2023/109
Familieprocesrecht. Heeft het hof de juiste maatstaf toegepast door geen proceskostenveroordeling uit te spreken?
HR 12-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:702
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
12 mei 2023
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
22/01118
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS711239:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:702, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 12‑05‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:121, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑01‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑03‑2022
- Wetingang
Art. 237 Rv
Essentie
Familieprocesrecht.
Heeft het hof de juiste maatstaf toegepast door geen proceskostenveroordeling uit te spreken?
Samenvatting
Kort gezegd ging het in onderhavige casus om een handelszaak over de terugbetaling van een lening aan een bedrijf. Daarbij stonden drie vennoten tegenover de schoonzoon van een volmachtgever. De schoonzoon trad daarbij op als gevolmachtigde van de in 2002 overleden volmachtgever. Het hof wees de vordering van de vennoten integraal af. Daarbij overwoog het hof met betrekking tot de proceskosten dat het hof geen aanleiding zag af te wijken van het uitgangspunt in familierechtelijke zaken dat elke partij de eigen kosten draagt en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.