BR 2025/58
Procedeerverbod en woningbouw: tussen rechtsbescherming en versnelling.
HR 11-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:560, m.nt. F. Boer
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorf, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/00491
- Noot
F. Boer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD18052:1
- Vakgebied(en)
Omgevingsrecht / Omgevingsvergunning
Vermogensrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Vermogensrecht (V)
Omgevingsrecht / Algemeen
Omgevingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:560, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1406, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑02‑2024
- Wetingang
(Art. 112 Gw; art. 6:162, 3:13 BW)
Essentie
Procedeerverbod en woningbouw: tussen rechtsbescherming en versnelling.
Samenvatting
Onderwerp van het arrest van de Hoge Raad is het gebod tot het intrekken van een beroep van een natuurstichting tegen een omgevingsvergunning gevorderd door de ontwikkelaars en kopers van een grootschalig woningbouwproject. De Hoge Raad laat het oordeel van het hof in stand: de natuurstichting maakte geen misbruik van procesrecht en handelde niet onrechtmatig jegens de ontwikkelaars en kopers door beroep in te stellen.
Partij(en)
Arrest in de zaak van
1. GEM BLOEMENDALERPOLDER C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: GEM C.V.,
2. GEM BLOEMENDALERPOLDER BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.