NJB 2024/385:Duomoeder. Erkenning van een kind. Toestemming van de moeder. Vervangende toestemming van de rechter. Instemming als levensgezel. Art 1:204 lid 4 BW bepaalt dat ‘de persoon die als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad’ kan verzoeken om vervangende toestemming van de rechter voor erkenning van het kind. In deze zaak oordeelt het hof dat verzoekster niet heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad. Hoge Raad: Indien een kind is geboren als gevolg van kunstmatige bevruchting, is van ‘instemming als levensgezel’ als bedoeld art. 1:204 lid 4 BW pas sprake als de levensgezel en de moeder samen ervoor hebben gekozen om langs de gevolgde weg van kunstmatige bevruchting (te trachten) een kind te krijgen. De overwegingen van het hof zijn niet onbegrijpelijk en kunnen zijn oordeel dragen.