JWB 2007/61
Internationaal privaatrecht, betekening, taalvoorschrift, vertaling afschrift
HR 23-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4061
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 februari 2007
- Zaaknummer
C02/089HR
- LJN
AZ4061
- Vakgebied(en)
Recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ4061, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ4061, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑01‑2002
- Wetingang
Art. 8 EG-Betekeningsverordening
Essentie
Internationaal privaatrecht, betekening, taalvoorschrift, vertaling afschrift
Samenvatting
Casus
Bij zijn tussenarrest van 17 oktober 2003 (J@ 2003-387) heeft de Hoge Raad een aantal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) gesteld. Het Hof heeft de vragen bij zijn arrest van 8 november 2005 (RvdW 2006, 98) beantwoord.
Rechtsvraag
In deze zaak staat de uitleg van art. 8 EU-Betekeningsverordening centraal. In het bijzonder komt de vraag aan de orde of de verzoeker de mogelijkheid heeft om het verzuim in betekening te herstellen indien is gebleken dat niet is voldaan aan bepaalde taalvoorschriften uit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.