Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.5.2.1:4.5.2.1 Belgisch recht
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.5.2.1
4.5.2.1 Belgisch recht
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS617276:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Belgische recht is de verticale natrekking de hoofdregel en is de eigenaar van de grond in beginsel eigenaar van de daarin gelegen leiding. Uitzondering op deze hoofdregel is mogelijk door afstand van natrekking of door het contractueel zo te bepalen (vestigen persoonlijke of zakelijke rechten), waardoor een (accessoir) opstal-recht met betrekking tot de eigendom van de leiding ontstaat. Opvallend in het Belgische recht is dat de eigendom van leidingen voor een groot deel wordt gedomineerd door het publiekrecht. Uit de diverse (publieke) regelgeving op het gebied van nutsleidingen volgt een erfdienstbaarheid van openbaar nut dat ziet op het recht van aanleg van een net zowel in private als in publieke grond. Wanneer een netbeheerder op basis van de erfdienstbaarheid van openbaar nut een net aanlegt, dan is hij gelet op het daaruit voortvloeiende accessoire opstalrecht eigenaar van het net. In het Belgische recht wordt voorts nog een scherpe scheiding gemaakt tussen de aanleg (en het gebruik) van leidingen in private en in publieke grond. De mogelijkheden uit het privaatrecht (afstand van natrekking of vestigen persoonlijke of zakelijke rechten) kunnen, behoudens een enkele uitzondering, niet worden toegepast wanneer het de aanleg van een net in publieke grond betreft. Het instrument uit het publiekrecht (erfdienstbaarheid van openbaar nut) kan echter op publieke als private grond worden toegepast.
Op basis van het burenrecht is het mogelijk dat een grondeigenaar van een ingesloten perceel een recht van uitweg verkrijgt waardoor hij aangesloten kan worden op (openbare) nutsvoorzieningen. De eigendom van de (nood)leidingen behoort toe aan de (ingesloten) grondeigenaar omdat het recht van uitweg (van leidingen) als een private erfdienstbaarheid wordt aangemerkt, waaruit een accessoir opstalrecht voortvloeit met betrekking tot de eigendom van de leidingen. Leidingen worden conform de in het Belgische recht heersende leer van het Incorporatieve vereiste' als onroerende zaken beschouwd.