Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.5.2.2
4.5.2.2 Art. 3:12 BW
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367273:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Van Schilfgaarde 2016, par. 8, Bakker 2013, p. 175 en Maeijer 1984, p. 250.
Zie ook Maeijer 2000, p. 374 met verdere verwijzingen en Compendium 2013, p. 190.
Bakker 2013, par. 3.2. Vgl. Compendium 2013, p. 190. Zie ook Van Schilfgaarde 2016, par. 7 en 29 die rept van de verklarende functie van de redelijkheid en billijkheid.
Art. 11 Wet Algemene Bepalingen.
Zie hierover par. 4.3.2.2 en hoofdstukken 5, 6 en 7.
HR 4 april 2014, NJ 2014, 286 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/290 m.nt. De Haan (Cancun).
HR 1 maart 2002, NJ 2002, 296 m.nt. Maeijer, JOR 2002/79 m.nt. Van den Ingh,Ondernemingsrecht 2002, 29 m.nt. Timmerman (Zwagerman-I).
Vgl. HR 9 juli 2010, NJ 2010/423 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2010/228 m.nt. Van Ginneken (ASMI).
Hof Amsterdam (OK) 9 december 2016, JOR 2017/93 m.nt. Fleming (Vos). Zie voor een ander voorbeeld enerzijds HR 9 juli 2010, NJ 2010, 544 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2010, 228 m.nt. Van Ginneken (ASMI), r.o. 4.6 en anderzijds Hof Amsterdam (OK) 6 juni 2011, JOR 2011/282 m.nt. Blanco Fernandez (JeeZet), r.o. 3.24.
Art. 3:12 BW bepaalt dat bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid vereist rekening moet worden gehouden met de algemeen erkende rechtsbeginselen, de in Nederland levende rechtsovertuigingen en de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken. Deze gezichtspunten hangen soms nauw samen en lopen deels in elkaar over.
Een maatschappelijk belang dat bij een geval betrokken kan zijn, is bijvoorbeeld het belang van het handelsverkeer, dat weer baat heeft bij rechtszekerheid, dat op haar beurt een algemeen rechtsbeginsel is. Een voorbeeld van een in Nederland levende rechtsovertuiging is dat meerderheidsaandeelhouders rekening moeten houden met de belangen van de minderheid. De belangen van de minderheid en meerderheid zijn tevens bij het geval betrokken persoonlijke belangen. Bij de keuzevrijheid van de meerderheidsaandeelhouder speelt ook het algemene rechtsbeginsel van de wilsautonomie een rol.
Deze gezichtspunten van art. 3:12 BW zijn enerzijds overwegend algemeen van aard (de algemeen erkende rechtsbeginselen en de in Nederland levende rechtsovertuigingen) en zijn anderzijds meer toegesneden op de specifieke situatie (de betrokken persoonlijke belangen), of liggen daar tussen in (de betrokken maatschappelijke belangen). Uit het feit dat ook gezichtspunten van meer algemene aard moeten worden meegewogen, blijkt reeds dat het toepassen van de redelijkheid en billijkheid iets anders is dan het naar de willekeur en persoonlijke smaak van de rechter afwegen van de belangen van de justitiabelen die een rechtsvraag voorleggen.1 Het redelijkheids- en billijkheidsoordeel moet zijn ingebed in ook buiten de rechter om bestaande ideeën over rechtvaardigheid.2
De algemeen erkende rechtsbeginselen en in Nederlands levende rechtsovertuigingen vindt men in de eerste plaats terug in (het systeem van) de wet.3 Indien de rechter de in de wet gecodificeerde rechtsbeginselen en rechtsovertuigingen niet onderschrijft, maakt deze zich schuldig aan een verboden oordeel over de innerlijke waarde en billijkheid van de wet.4 Dat betekent niet dat de desbetreffende codificaties nooit zouden hoeven te wijken, maar afwijking daarvan kan niet gebaseerd zijn op de overtuiging dat de wet verkeerd is. Wel kan in het kader van een afweging van alle relevante gezichtspunten worden geoordeeld dat gecodificeerde rechtsbeginselen en rechtsovertuigingen niet doorslaggevend zijn, of dat een uitzondering op (de tekst van) een wettelijke bepaling zijn rechtvaardiging vindt in de in die bepaling gecodificeerde rechtsbeginselen en rechtsovertuigingen (i.e. in de ratio daarvan). Via deze band hebben de uit de wet kenbare rechtsbeginselen en rechtsovertuigingen een sturende invloed op rechterlijke oordelen over de redelijkheid en billijkheid.
De algemeen erkende rechtsbeginselen en in Nederland levende rechtsovertuigingen vindt men ook in door de Nederlandse staat aangegane verdragsverplichtingen, zoals het EVRM en de regelingen in het kader van de Europese Unie.5
De in de wet en verdragen terug te vinden algemeen erkende rechtsbeginselen en in Nederland levende rechtsovertuigingen zullen meestal wat meer algemeen van aard zijn. Er bestaan echter ook algemeen erkende rechtsbeginselen en in Nederland levende rechtsovertuigingen die slechts gelden voor bepaalde typen rechtspersonen. Een voorbeeld daarvan is de uit art. 2:8 BW voortvloeiende zorgplichten in joint venture verhoudingen6 of van meerderheidsaandeelhouders jegens minderheidsaandeelhouders bij besloten vennootschappen.7 De daaraan ten grondslag liggende rechtsbeginselen en -overtuigingen spelen bijvoorbeeld niet, althans niet altijd, als het gaat om beursgenoteerde vennootschappen die zich kenmerken door een groot aantal min of meer anonieme aandeelhouders die zich niet actief bemoeien met het beleid van de vennootschap. Anderzijds geven de op dergelijke beursvennootschappen toepasselijke governance codes8 niet altijd rechtsovertuigingen weer die ook spelen bij joint ventures en besloten familievennootschappen.9 Hetzelfde geldt voor de sector specifieke governance codes, zoals de Zorgbrede Governance Code, de Governance Code Cultuur en de Governancecode Woningcorporaties.