Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/V.3.7
V.3.7. Praktische betekenis van het Erbvertrag
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS574424:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ebenroth, Erbrecht, Rn. 246.
Frank, Erbrecht, § 13, Rn. 1.
MünchKomm – Musielak, vor § 2274, Rn. 1.
Battes, Gemeinschaftliches Testament und Ehegattenerbvertrag als Gestaltungsmittel für die Vermögensordnung der Familie, p. 242 e.v.
Lange/Kuchinke, Erbrecht, p. 339 gaat er van uit dat bij een Erbvertrag het Äquivalenzprinzip op de voorgrond staat. Dat men hier op grond van cijfers anders over kan denken, blijkt uit hetgeen in deze paragraaf is beschreven.
Slechts een beperkt aantal (+/- 2000) ‘Nachlaßakten’ van 1975 werden in het onderzoek betrokken.
Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen.
Schulte, Art und Inhalt eröffneterVerfügungen von Todes wegen, p. 33 e.v.
Schulte, Art und Inhalt eröffneterVerfügungen von Todes wegen, p. 69.
Zo blijkt uit Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 4 en p. 6.
Ten tijde van het testeren, Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 41.
Dit laatste percentage betreft het Erb- und Ehevertrag.
In een Erbvertrag tussen echtgenoten wordt in 93% van de gevallen de echtgenoot als erfgenaam ingezet. Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 48.
Op het gemeinschaftliches Testament wordt hierna in par. 4 van dit hoofdstuk nader ingegaan.
Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 77 en 111.
Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 41.
Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 43. Hijmerkt op dat de wederkerigheid wel van belang zal zijn doch dat (in de regel) geen sprake zal zijn van vergelding van bewezen diensten of van het stellen van een soort ‘zekerheid’.
Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 112: ‘Aus der Tatsache, daß in Erbverträgen der Vorbehalt eines Rücktrittsrechts nicht vereinbart wird, kann man entnehmen, daß die Erblasser eine volle Bindung wollen […]’.
Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 113.
Schulte, Art und Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 136. In een Erb-und Ehevertrag is dit slechts 22%, hetgeen verklaard wordt door het feit dat dergelijke overeenkomsten in de eerste huwelijksjaren worden opgemaakt en er dan nog geen (gemeenschappelijke) kinderen zijn. Schulte, p. 145, constateert ten aanzien van het Erbvertrag en het gemeinschaftliches Testament gezamenlijk dat – voor zover er als langstlevende getesteerd wordt – in slechts 14,6% van de gevallen niet (op een of andere manier) bindend getesteerd is.
Rotering, Rechtstatsächliche Untersuchungen zum Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen. In dit onderzoek werden ongeveer 2500 beschikkingen betrokken.
Rotering, Rechtstatsächliche Untersuchungen zum Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 104.
Rotering, Rechtstatsächliche Untersuchungen zum Inhalt eröffneter Verfügungen von Todes wegen, p. 80. Zie ook p. 38.
Vollmer, Verfügungsverhalten von Erblassern und dessen Auswirkungen auf das Ehegattenerbrecht und das Pflichtteilsrecht, Ein Reformvorschlag anhand empirisch gewonnenen Tatsachenmaterials.
Vollmer, Verfügungsverhalten von Erblassern und dessen Auswirkungen auf das Ehegattenerbrecht und das Pflichtteilsrecht, Ein Reformvorschlag anhand empirisch gewonnenen Tatsachenmaterials, p. 41 e.v.
In mijn inleiding werd door mij geopperd dat het maken van erfovereenkomsten in Duitsland een populair verschijnsel is. Uit de moderne Duitse literatuur blijkt dat aan een dergelijke figuur met binding behoefte bestaat. Zo leest men, om enkele voorbeelden te noemen:
‘Denn in einer Vielzahl von Fällen (curs. FS) besteht das Bedürfnis nach einer Bindung des Erblassers an seine Verfügungen. Dieses Bedürfnis ließe sich durch ein Testaments angesichts dessen freier Widerruflichkeit gar nicht und durch ein gemeinschaftliches Testament nur in eingeschränktem Maße befriedigen.’1
En:
‘In manchen Fällen (curs. FS) entspricht die freie Widerruflichkeit eines Testaments (§ 2253) nicht den Bedürfnissen der Beteiligten.’2
Alsmede:
‘Es gibt in einer Reihe von Fällen (curs. FS) das Bedürfnis, den Erblasser an seine erbrechtlichen Verfügungen zu binden. Ehegatten wollen zB sicherstellen, dass ihre aus verschiedenen Ehen stammenden Kinder erbrechtlich gleichbehandelt werden. Als Ausgleich für eine Versorgung des Erblassers bis zu seinem Lebensende soll ein Erbrecht verbindlich festgelegt werden.’3
Het motief om bindend te willen beschikken wordt door Battes4 met trefwoorden omschreven als het ‘Äquivalenzprinzip’, te weten binding met als doel om verleende diensten te vergelden (entgeltlichen Erbvertrag) en het ‘Solidaritätsprinzip’, binding met als doel de solidariteit (lotsverbondenheid) inhoud te geven/te concretiseren. Dit laatste speelt voor echtgenoten die een erfovereenkomst sluiten anders dan ter vergelding van bewezen (huishoudelijke) diensten.5
Dat het Erbvertrag veelvuldig ingezet wordt, blijkt uit het fraaie – doch beperkte6 – onderzoek dat verricht werd door Schulte.7
Hij deed onderzoek bij de Amtsgerichten van Brühl, Grevenbroich en Köln. Gelet op het belang van de beantwoording van vraag voor dit onderzoek of contractueel erfrecht de testateurs aanspreekt, wil ik enkele van zijn conclusies vermelden:
Gebruikte testeervariant algemeen
Erbvertrag
41,6%
Erb-und Ehevertrag
7,1%
not. gemein.Testament
3,1%
not. einseit.Testament
10%
holgraph.Testament
23,7%
holgraph. gemein.Testament
14,4%
Het Erbvertrag wordt in ruim 41% (exclusief het Erb- und Ehevertrag) van de gevallen gehanteerd.8 Van een zeldzaamheid kan derhalve niet worden gesproken.9 Ook een onderzoek van de Verein für das Rheinische Notariat uit 1976 en 1977 wees op een grote populariteit van het Erbvertrag (46% tot 50,95%).10
Wie sluit een Erbvertrag? De beantwoording van deze vraag in beeld:
Burgerlijke staat11 en Erbvertrag
Alleenstaand
16,3%
Gehuwd
52,7%+ 9,8%12
Gescheiden
9,5%
Weduw(e)(naar)
11,4%
Blijkbaar kiest meer dan 50% van de gehuwden voor een variant die wat betreft de erfrechtelijke binding het meest verstrekkend is. Betrekt men hierbij nog het percentage van 9,8% van de gevallenwaarin echtgenoten kiezen voor een Erb- und Ehevertrag, dan wil blijkbaar meer dan 60% van de echtgenoten bindend testeren.13
Indien dit niet overtuigt dat erfrecht met bindende elementen wel degelijk gewenst kan zijn, dan wil ik hieraan nog toevoegen dat, volgens Schulte, bijna 25% procent van de echtgenoten ‘gemeenschappelijk’ testeert in de zin van §§ 2265-2273 BGB, aanwelke testeervariant ook bindende elementen gekoppeld zijn.14 Conclusie: meer dan 85% van de echtgenoten heeft getesteerd met bindende elementen.15
Echtgenoten nemen overigens 92% van het aantal gemaakte Erbvertragen voor hun rekening.16 Ik neem als gevolg hiervan aan dat het ‘Äquivalenzprinzip’, als hiervoor besproken, niet het hoofdmotief zal zijn om het Erbvertrag af te sluiten. De conclusie mag worden getrokken dat ‘entgeltlichen Erbvertragen’ sterk in de minderheid zijn.17
‘Terugtreedrechten’, zoals die in par. 3.5 van dit hoofdstuk aan de orde zijn geweest, kwamen niet of nauwelijks voor. Ook werd nauwelijks van de ‘Anfechtung’ gewag gemaakt. Hieruit trekt Schulte de conclusie dat de testateurs de binding gewild hebben.18
Ongeveer 17% van de echtgenoten die een Erbvertrag gesloten hebben, wijzigen dit in een later stadium.19
In 55% van de gevallen wordt in het Erbvertrag ook een regeling getroffen voor het overlijden van de langstlevende.20 Een grote groep laat de langstlevende dan ook de erfrechtelijke vrijheid, zo kan geconcludeerd worden.
Het onderzoek van Rotering21 werd verricht bij de Amtsgerichten van Münster, Coesfeld en Ibbenbüren. Het onderzoek van Rotering22 geeft het volgende beeld:
Gebruikte testeervariant algemeen
Einzeltestament
1270
50,8%
gemein.Testament
655
26,2%
Erbvertrag
213
8,5%
Ehe- und Erbvertrag
364
14,5%
Dat het aandeel erfovereenkomsten (23%) kleiner is dan in het onderzoek van Schulte doet niet af aan de conclusie dat het bindend testeren gebruikelijk is in Duitsland en er behoefte aan bestaat. Het aandeel van het gemeinschaftliches Testament is in de onderzochte gebieden groter dan uit het onderzoek van Schulte naar voren komt. Zie hierna par. 4.6 van dit hoofdstuk. Rotering concludeert overigens dat de oorzaak van de verschillen van zijn onderzoek en dat van Schulte gelegen is in het feit dat de wijze van testeren vaak ook door tradities bepaald wordt.23
Van recentere datum is het onderzoek van Vollmer.24 Zij onderzocht 1401 in 1995 geopende testamenten in de Amtsgerichtsbezirken Marburg/Lahn, Kirchhain en Königstein/Taunus. In 4,54% van de gevallen werd gekozen voor een Erbvertrag.25 Van de gehuwde testateursmaakt 4,32% een Erbvertrag.
Gebruikte testeervariant gehuwden
gemein.Testament
84,09%
Erbvertrag
4,32%
Overige
11,59%
Het Erbvertrag heeft een veel kleiner marktaandeel dan in de vorige onderzoeken. Een verklaring hiervoor wordt niet gegeven. Opvallend is het veelvuldige gebruik van het gemeinschaftliches Testament. Testeren met bindende elementen is dus ook in 1995 geen vreemd verschijnsel. Zie hierover nader par. 4.6 van dit hoofdstuk.