NJB 2026/710:Instelling beroep in cassatie en aanvang beroepstermijn: volgens art. 432 lid 1, aanhef en onder c, Sv moet het cassatieberoep worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak als zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. In art. 432 lid 2 Sv is bepaald dat het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak de verdachte bekend is. In casu kan niet zonder meer worden vastgesteld dat de verdachte met de dag van de terechtzitting van het hof tevoren bekend was. De enkele mededeling van de niet-gemachtigde raadsvrouw op de terechtzitting van het hof dat zij met de vriendin van de verdachte contact heeft gehad over de zittingsdatum en op grond daarvan ervan is uitgegaan dat de verdachte op de hoogte is gesteld van de zittingsdatum, is daarvoor niet toereikend. In casu voldoet de uitspraak van het hof niet aan art. 359 lid 3 Sv, om welke reden die niet in stand kan blijven gelet op art. 359 lid 8 Sv.