De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.1:5.1 Inleiding
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS701951:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Barkhuysen & Van Emmerik 2005, p. 105; EHRM 12 december 1983, appl.nos. 8588/79 en 8589/79 (Bramelid en Malmström t. Zweden).
Barkhuysen & Tjepkema, RMThemis 2006/5, p. 180; Tjekema 2010, § 10.4.
Zie zeer uitgebreid over de overeenkomsten en verschillen tussen onteigening en nadeelcompensatie naar Nederlands recht en de eigendomsbescherming van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM: Tjepkema 2010, hoofdstuk 10.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk ga ik in op de kwaliteit(seisen) die aan de schadedeskundigen moeten worden gesteld en de wijze waarop procesactoren die kwaliteit(seisen) kunnen beoordelen. In de volgende hoofdstukken ga ik vervolgens in op de manieren waarop controle- en kwaliteitsborgingsmechanismen procesactoren daarbij kunnen helpen.
De reden waarom de kwaliteit van de schadedeskundige, alsmede de controle en borging van die kwaliteit, zo een centrale plaats in dit onderzoek innemen, is voor een deel te verklaren door de uitkomsten van de vorige hoofdstukken. Het moge duidelijk zijn dat de schadedeskundigen een voorname positie innemen in de onderscheidenlijke procedures (hoofdstukken 2 en 4), dat die belangrijke positie een rijke geschiedenis kent (hoofdstuk 3) en dat die belangrijke positie in bepaalde mate afwijkend en dus bijzonder is ten opzichte van de positie van andere deskundigen die optreden in juridische procedures (hoofdstuk 4). Die bijzonderheid zit dan met name in de inquisitoire en integrale adviestaak. Van de schadedeskundigen wordt verwacht dat zij een zelfstandig onderzoek instellen naar de schadeposten die een gedupeerde lijdt, dat zij bezien welke juridische regels op die schadeposten van toepassing zijn en dat zij daarover een volledig advies uitbrengen aan het bevoegd gezag of aan de rechter. Anders geformuleerd: zij doen mede datgene dat het bevoegd gezag of de rechter ook moet doen in het kader van de besluitvorming of de geschilbeslechting. Deze adviestaak rechtvaardigt het belang van en de nadruk op de kwaliteit van de schadedeskundige.
Buiten hetgeen tot nu toe is besproken, is er nog een meer fundamentele reden waarom ik (inzicht in) de kwaliteit van de schadedeskundigen belangrijk vind. Onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen adviseren over de omvang van een schadevergoeding die aan de orde is door, grof gezegd, de inmenging in privé-eigendom. Bij een onteigening gaat het – vanzelfsprekend – om een permanente ontneming van het eigendomsrecht.1 In situaties waar nadeelcompensatie aan de orde is, blijft de eigendom weliswaar bij de benadeelde berusten, maar zal er toch dikwijls sprake zijn van een regulering, althans van een verstoring, van het onbeperkte genot van het eigendomsrecht.2 Gedacht kan worden aan een planologische inperking van de gebruiksmogelijkheden van een perceel, aan het besluit dat een bepaalde standplaatsvergunning niet wordt verlengd of aan een wet die het houden van pelsdieren verbiedt. Al deze situaties vallen al snel onder het bereik van art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM.3 Ook in de Nederlandse rechtsorde neemt het eigendomsrecht een voorname plaats in (vgl. art. 5:1 lid 1 BW en art. 14 Gw). Overheidshandelingen - al zijn die rechtmatig - die op enigerlei wijze interveniëren met het eigendomsrecht van burgers, zouden met de grootst mogelijke waarborgen moeten zijn omkleed. Dat geldt ook voor transparantie rondom de kwaliteit van de deskundige die wordt ingeschakeld bij de schadebegroting.