Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/3.4.1
3.4.1 Inmenging in eigendomsrechten van aandeelhouders
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197799:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. Barkhuysen, Van Emmerik & Ploeger 2005, p. 110 en Eikelboom 2017, p. 151.
Zie o.a. ECRM 12 oktober 1982, nr. 8588/79 en 8589/79 (Bramelid), EHRM 7 november 2002, nr. 30417/96, JOR 2003/112 (Olczak t. Poland) en EHRM 6 november 2002, nr. 48553/99, JOR 2003/111 (Sovtransavto Holding/Ukraine).
ECRM 12 oktober 1982, nr. 8588/79 en 8589/79 (Bramelid), par. 1.b.
Schild 2012, p. 126. Eikelboom gaat een stap verder en betoogt dat wanneer een meerderheidsaandeelhouder tevens bestuurder is, de rechten die voortvloeien uit het bestuurderschap – wat een grotere mate van controle inhoudt voor de aandeelhouder – ook kunnen vallen onder het eigendomsrecht van houders van aandelen, zie Eikelboom 2017, p. 158 en par. 5.3.5.3. Dit gaat mijns inziens erg ver.
Een andere uitkomst zou leiden tot lastige kwesties wanneer een aandeelhouder tijdelijk out of the money is.
EHRM 14 februari 2017, nr. 36480/07, JOR 2017/155 (Lekić). Zie ook EHRM 14 juni 2011, nr. 24096/05 (Vefa Holding Sh.p.k. and Alimuçaj v. Albania).
Op basis van de Sloveense Wet Financiële Verrichtingen van Vennootschappen kan de rechter een vennootschap ontbinden wanneer deze langdurig inactief of insolvent is.
EHRM 14 februari 2017, nr. 36480/07, JOR 2017/155 (Lekić), par. 71. Ook het recht op het bijwonen van een algemene vergadering (een recht dat geen economische waarde vertegenwoordigt) betreft een inmenging aangezien daardoor andere rechten niet kunnen worden uitgeoefend. Zie eveneens Schild 2012, p. 126.
Zie par. 2.5-2.6 ten aanzien van rechten die een rol kunnen spelen bij een preventieve herstructurering.
EHRM 7 november 2002, nr. 30417/96, JOR 2003/112 (Olczak t. Poland) en EHRM 6 november 2002, nr. 48553/99, JOR 2003/111 (Sovtransavto Holding/Ukraine).
Zie EHRM 12 december 2002, JOR 2003/224 (Cesnieks) waar het EHRM oordeelde dat geen sprake was van ontneming omdat de positie in de rechtspersoon hetzelfde bleef; een coöperatie werd omgezet in een naamloze vennootschap naar Lets recht en het coöperatieaandeel werd een NV-aandeel.
Barkhuysen, Van Emmerik & Ploeger 2005, p. 61 en Schild 2012, p. 144.
EHRM 7 november 2002, nr. 30417/96, JOR 2003/112 (Olczak t. Poland).
EHRM 6 november 2002, nr. 48553/99, JOR 2003/111 (Sovtransavto Holding/Ukraine). Zie ook Barkhuysen, Van Emmerik & Ploeger 2005, p. 62.
Zie ook Schild 2012, p. 169 en A-G Timmerman, in zijn conclusie voor HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV1056, JOR 2012/141 (e-Traction).
Behalve wanneer aandeelhouders hun aandelenbelang kwijtraken en een meerderheid binnen een aandeelhoudersklasse(n) hiermee instemt.
Het EHRM hanteert een ruim eigendomsbegrip dat autonoom dient te worden uitgelegd.1 Eigendom omvat, kort gezegd, alle rechten en claims die een economische waarde vertegenwoordigen.2 Ook een aandeel valt hieronder.3 De gerechtigdheid tot een aandeel omvat niet enkel het vermogensrechtelijke aspect van een aandeel, het recht op dividend of het liquidatiesaldo, maar ook de bijbehorende (zeggenschaps)rechten: “a company share is a complex thing: certifying that the holder possesses a share in the company, together with the corresponding rights (especially voting rights), it also constitutes, as it were, an indirect claim on company assets.”4 De bij een aandeel behorende rechten kunnen niet alleen uit de wet voortvloeien, maar ook steunen op de statuten van een vennootschap of zelfs op een aandeelhoudersovereenkomst.5 De statuten kunnen bijvoorbeeld rechten toekennen aan houders van prioriteitsaandelen.
Bij een preventieve herstructurering zullen betrokken aandeelhouders doorgaans out of the money zijn. De aandelen die zij houden, vertegenwoordigen (bijna) geen economische waarde meer. Ook dan is sprake van eigendom.6 Een aandeel omvat immers niet enkel een indirecte aanspraak op de activa van de vennootschap, maar ook de bij een aandeel behorende rechten. Een zaak uit 2017 illustreert dit.7 Een insolvente Sloveense vennootschap werd door de rechter ontbonden (met als gevolg verdwijning van de aandelen) omdat deze reeds jaren niet meer actief was.8 De vennootschap had enkel schulden en geen activa. De aandeelhouders ontvingen al vier jaar geen dividend. Een aandeelhouder klaagde dat hij zijn aandelenbelang kwijtraakte door de ontbinding. De Sloveense overheid voerde aan dat überhaupt geen sprake was van inmenging in een eigendomsrecht aangezien de aandelen niets waard meer waren. Het EHRM ging hier niet in mee en oordeelde dat wel sprake was van een inmenging. Hoewel aandeelhouders geen (indirecte) aanspraak op het vermogen van de vennootschap meer hebben – de vennootschap had geen activa meer –, mochten de aandeelhouders de rechten verbonden aan het aandeel gewoon blijven uitoefenen. Deze rechten stonden de aandeelhouders toe deel te nemen aan het economische verkeer en waren dus van vermogensrechtelijke aard.9 Het is overigens discutabel op welke wijze aandeelhouders aan het economisch verkeer deelnemen wanneer een vennootschap al jaren inactief is. Het feit dat aandelen geen waarde vertegenwoordigen, speelt wel een belangrijke rol bij de beoordeling of de inmenging geoorloofd is.
Wanneer doet zich een inmenging in het eigendomsrecht van aandeelhouders voor? De Richtlijn en de Engelse, Duitse en Nederlandse preventieve herstructureringsprocedures faciliteren een akkoord dat aandeelhoudersrechten kan wijzigen. Dit kan gaan om een ‘tijdelijke’ wijziging, zoals het eenmalig buiten toepassing laten van bepaalde besluiten van de algemene vergadering of instemming van individuele aandeelhouders, of een meer permanente wijziging, zoals het wijzigen van het recht op dividend of bepaalde zeggenschapsrechten.10 Ook een indirecte wijziging van aandeelhoudersrechten door verwatering van het aandelenbelang, met verlies van zeggenschap als gevolg, is een inmenging in het eigendomsrecht.11 Bovendien kunnen aandeelhouders hun aandelenbelang via een cross class cramdown kwijtraken. Dit alles leidt tot een inmenging in het recht op ongestoord genot van eigendom.
Inmenging betekent ofwel regulering (het beperken van de gebruiksmogelijkheden) van het eigendomsrecht ofwel ontneming van het eigendom.12 Het onderscheid tussen regulering en ontneming is van belang bij het hierna te bespreken proportionaliteitsvereiste. Wanneer aandeelhouders hun aandelenbelang onder een akkoord kwijtraken, is uiteraard sprake van ontneming van het eigendom.13 Een duidelijke grens tussen ontneming en regulering is echter niet altijd goed te trekken.14 Zo oordeelde het EHRM in een zaak waar het aandelenbelang verwaterde van 45 procent naar minder dan één procent dat sprake was van ontneming,15 terwijl in een andere verwateringszaak de inmenging niet eens werd gedefinieerd als ontneming of regulering.16 In de rechtspraak van het EHRM is niet aangenomen dat de aan een aandeel verbonden rechten en belangen ook zelfstandig als een eigendomsrecht kwalificeren.17 Wanneer dit het geval zou zijn, is eerder sprake van ontneming van het eigendom. Het ontnemen van een bepaald zeggenschapsrecht is dan bijvoorbeeld een ontneming, terwijl wanneer het zeggenschapsrecht als onderdeel van een aandeel wordt gezien, sprake is van regulering. Bij een preventieve herstructurering zal regulering, een wijziging van aandeelhoudersrechten, in de regel18 van toepassing zijn wanneer alle stemklassen voor het akkoord stemmen. Bij toepassing van een cross class cramdown (met toepassing van een absolute priority rule) is sprake van ontneming omdat aandeelhouders in beginsel hun aandelenbelang kwijtraken.