Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/5.2.3
5.2.3 Gang van zaken bij behandeling beslagrekest
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS498246:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het summier onderzoek komt later eveneens aan de orde in hoofdstuk 9 over conservatoir beslag als dynamisch recht.
Beslagsyllabus versie augustus 2012, p. 7.
De Beslagsyllabus versie augustus 2012 vermeldt op p. 7-8 dat beslissingen (doorgaans een grosse) uitsluitend per gewone post aan de advocaat van verzoeker wordt toegezonden. Toezending per fax is echter mogelijk indien hierom wordt verzocht.
Voor ‘gebruik’ van een verlof voor beslaglegging door de gerechtsdeurwaarder is ook een niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard beslagverlof toereikend. De Beslagsyllabus adviseert desalniettemin om uitvoerbaar bij voorraad verklaring (art. 288 Rv) te verzoeken in verband met een mogelijke poging tot het doorbreken van het rechtsmiddelenverbod van art. 700 lid 2 Rv: Beslagsyllabus augustus 2012, p. 7. Anders: gerechtshof Den Bosch 11 november 2003, rov. 11.5, LJN AO1606, «JOR» 2004, 115, m.nt. Loesberg (Danilo Jordan/Scanimex), waarin een verzoek tot uitvoerbaar bij voorraad verklaring wordt afgewezen omdat hiervoor op grond van art. 288 Rv geen plaats is.
Beslag ten laste van een financiële instelling zal, tenzij het beslag uitsluitend betrekking heeft op zaken, of het een situatie betreft tot het leggen van beslag ten laste van een ander (derdenbeslag), in beginsel niet worden verleend (art. 700 lid 4 Rv).
Dit is een situatie die niet is omschreven in de wet, maar een vorm van ‘rechtersrecht’. Indien beslag op een handelsvoorraad wordt beoogd, dan dient men er rekening mee te houden dat de voorzieningenrechter eerst beide partijen zal willen horen alvorens op het gevraagde verlof te beslissen. Bron: Beslagsyllabus, versie augustus 2012, p. 16. Zie ook gerechtshof Arnhem 18 april 2008, LJN BD2713, waarin het gerechtshof niet uitsluit dat in deze omstandigheden ook zonder gehoord te worden verlof kan worden verleend.
De feitelijke beslaglegging vindt plaats doordat de gerechtsdeurwaarder een beslagexploot betekent (art. 440 Rv). Op grond van art. 702 lid 1 Rv wordt in plaats van de executoriale titel (zoals vermeld in art. 440 Rv onder b.) in het beslagexploot het verlof van de voorzieningenrechter vermeld.
Deze werkwijze wordt in de praktijk met name gevolgd in de situatie van loonbeslag in combinatie met een beslag waarvoor horen niet verplicht is.
Gerechtshof Den Bosch 11 november 2003, LJN AO1606, «JOR» 2004, 115, m.nt. Loesberg (Danilo Jordan/Scanimex),
De Beslagsyllabus gaat ervan uit dat op grond van art. 279 lid 1 Rv in ieder geval de verzoeker gehoord moet worden in de situatie van een (voorgenomen) gehele of gedeeltelijke afwijzing. Een geval waarin de voorzieningenrechter zonder het horen van verzoeker afwijzend besliste kwam aan orde in het eerder genoemde arrest gerechtshof Den Bosch 11 november 2003, LJN AO1606, «JOR» 2004, 115, m.nt. Loesberg (Danilo Jordan/Scanimex).
Conform hetgeen is opgenomen in de Beslagsyllabus augustus 2012, p. 5, onder 6.
Waarbij in het kader van de full disclosure sedert 1 juli 2011 de advocaat hiervan melding zal dienen te maken in het alsdan in te dienen beslagrekest: Beslagsyllabus augustus 2012, p. 4.
Zie Beslagsyllabus augustus 2012, p. 8, welke verwijst naar de site van de desbetreffende rechtbanken op rechtspraak.nl.
In de praktijk wordt ook wel de term ‘kleuren van het beslag’ gebruikt. In dit verband houdt het zwart maken in dat de advocaat van de aankomend beslagene wordt gehoord in het kader van de verlofverlening. Grijs maken houdt in dat bezwaren door de advocaat van de aankomend beslagene voorafgaand aan een mogelijk beslag schriftelijk bij de rechtbank kenbaar worden gemaakt. In beide gevallen worden door de voorzieningenrechter de belangen van partijen tegen elkaar afgewogen.
Voor een voorbeeld van het horen ter zitting van beide partijen na een verzoek tot het leggen van conservatoir derdenbeslag met een daaraan voorafgaande grijsmaking: vzr. rb Amsterdam, 7 februari 2008, rov. 3.1, LJN: BD2749 (Curatoren Ceteco/Hagemeyer). De voorzieningenrechter hanteert hierbij het spiegelbeeldige uitgangspunt als geldt bij de beoordeling in een kort geding waarin opheffing van een reeds gelegd conservatoir beslag wordt gevorderd.
Zie paragraaf 5.2.1, slot.
Ten Haaft 2003, p. 75-76.
De deurwaarder is daarmee niet gehouden aan de beperkingen in dag en tijdstip van artikel 64 lid 1 en 2 Rv.
In beginsel mag een verlof slechts eenmaal worden gebruikt om beslag te leggen: Beslagsyllabus augustus 2012, p. 6. Zie ook: vzr. rb. Arnhem 4 juni 2012, rov. 4.13, LJN BW9332 (Esposa). Anders: Van Mierlo in diens toelichting op artikel 700 Rv. Deze stelt dat, indien de feiten in het beslagrekest ongewijzigd zijn gebleven, hiermee voor een tweede maal beslag kan worden gelegd. De auteur doelt met name op de situatie van derdenbeslag dat geen of onvoldoende effect heeft gehad: Van Mierlo 2005. Het lijkt mij onjuist om er, zoals van Mierlo, van uit te gaan dat indien herhaald beslag niet uitdrukkelijk wordt uitgesloten, dit geoorloofd zou zijn.
Uitgangspunt is dat bij benoeming van een gerechtelijk bewaarder de beoogd beslagene vooraf wordt gehoord: artikel 709 lid 3 Rv en Beslagsyllabus augustus 2012, p. 7. Een bekend voorbeeld is een kostbare auto in geval van een vermoeden van bijstandsfraude.
De voorzieningenrechter kan bijvoorbeeld beslissen tot het verlenen van verlof voor een lager bedrag dan in het verzoekschrift vermeld staat (herbegroten), of voor beslag op niet alle in het verzoek genoemde vermogensbestanddelen verlof verlenen. Ook kan deze op grond van artikel 701 Rv (ambtshalve) beslissen het verlof te verlenen onder de voorwaarde dat tot een door hem te bepalen bedrag zekerheid wordt gesteld. Van deze laatste mogelijkheid wordt in de praktijk vrijwel nooit gebruik gemaakt.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, zp. ’s-Hertogenbosch, 7 oktober 2010, LJN BN9816 (Chilian Lumber Company SA/Arkans Ltd).
In de Beslagsyllabus augustus 2012 opgenomen op p. 9.
De voorzieningenrechter beslist op het verzoekschrift na een summier onderzoek.1 In de meeste gevallen wordt nog dezelfde dag, dan wel de dag daaropvolgend, verlof verleend door het plaatsen van een goedkeurende (stempel)handtekening onder het verzoekschrift. De Beslagsyllabus vermeldt dat voor de wijze van indiening, de beslistermijn en de afgifte van de beslissing op het beslagrekest de regels per rechtbank verschillen, waarbij wordt verwezen naar de regeling per rechtbank op rechtspraak.nl.2 Over het algemeen is het echter zo dat, behoudens uitzonderingen, welke meestal zijn gelegen in de complexiteit van het verzoek, of wanneer de voorzieningenrechter aanvullende informatie wenst dan wel partijen wenst op te roepen, dezelfde dag of de dag volgend op het indienen van het beslagrekest, hierop een beslissing wordt genomen. Een verlof tot het leggen van conservatoir beslag bevat geen motivering: de handtekening wordt door de voorzieningenrechter geplaatst op het verzoekschrift zelf, dat vervolgens (veelal per fax)3 aan de verzoeker retour wordt gezonden. Het beslagrekest krijgt daarmee de status van een beschikking.4 De voorzieningenrechter hoeft partijen ingevolge het eerste lid van artikel 279 Rv niet op te roepen, hetgeen betekent dat in de meeste gevallen geen hoor en wederhoor plaatsvindt. De voorzieningenrechter zal, behoudens de in de wet geregelde situaties van loonbeslag,5 beslag ten laste van een financiële instelling,6 en de situatie van beslag op handelsvoorraad7 in de praktijk slechts in uitzonderlijke gevallen partijen ter zitting op het verzoek horen. Dit houdt verband met de mogelijkheid dat de aankomend beslagene anders gewaarschuwd zou zijn en mogelijk vermogensbestanddelen zou kunnen wegmaken. Een en ander betekent dat de beslagene veelal pas van het beslag kennis neemt doordat deze niet meer over diens vermogensbestanddelen kan beschikken (met de pinpas kan geen geld worden opgenomen) of doordat de deurwaarder het door de voorzieningenrechter afgegeven verlof, samen met het beslagexploot,8 aan de beslagene betekent. De termijn waarbinnen betekening plaats moet vinden, is afhankelijk van het soort beslag.
In het geval van beslag op handelsvoorraad kan de voorzieningenrechter, in het geval van beslag op meer goederen, ervoor kiezen om het verzoek te splitsen indien deze slechts een deel toewijsbaar acht.9 Voor het toewijsbare deel kan aanstonds verlof worden verleend en voor het overige een mondelinge behandeling worden bepaald. Op deze wijze raakt de aankomend beslagene niet vooraf bekend met het aanstonds verleende deel van het beslag.10
Bij een voornemen om een verzoek tot het leggen van beslag (gedeeltelijk) af te wijzen, zal de behandelend secretaris doorgaans namens de voorzieningenrechter telefonisch contact opnemen met de advocaat van de verzoekende partij, hetgeen moet worden beschouwd als het horen van verzoeker.11 Deze wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding hiervan, zonder opnieuw vastrecht te zijn verschuldigd, eenmalig het verzoek aan te passen en opnieuw in te dienen.12 In de praktijk komt het nogal eens voor dat de verzoeker het rekest intrekt nadat blijkt dat het verlof niet terstond zal worden verleend, bijvoorbeeld omdat het leggen van een beperkter beslag dan waarom is verzocht niet als zinvol wordt gezien, of om elders het geluk te beproeven (forum shoppen).13 Een beperkt aantal rechtbanken kent de mogelijkheid tot het grijs maken van een beslag:14 diegene die vreest voor een conservatoir beslag, kan hiertegen op voorhand schriftelijk bij de voorzieningenrechter bezwaren kenbaar maken.15 Deze bezwaren worden meegewogen bij de beoordeling van een beslagrekest, indien dit inderdaad door de betreffende rechtbank wordt ontvangen. Het gaat hierbij om een discretionaire bevoegdheid op grond waarvan de voorzieningenrechter ook kan besluiten tot het inwinnen van nadere informatie, telefonisch dan wel ter zitting.16 Een praktisch probleem met de praktijk van het kleuren van beslagen is ontstaan met de hiervoor genoemde uitspraak van gerechtshof Amsterdam in 2003.17 Door de ruime uitleg van de relatieve bevoegdheid van de voorzieningenrechter bij verlofverlening is de werking van het grijs maken ingeperkt, omdat vanaf dat moment een poging voor een kandidaat beslagene om vooraf te trachten een beslag te voorkomen, uiterst onzeker is geworden, doordat niet meer met zekerheid te bepalen is in welk arrondissement een verlof wordt aangevraagd en grijsmaking geen landelijke werking heeft. Omdat niet alle rechtbanken de mogelijkheid tot het grijs maken van een beslag bieden en als gevolg van de mogelijkheden tot forum shoppen door de verzoeker is de effectiviteit van deze, in het verleden landelijke, regeling beperkt. Het zogenaamd zwart maken van beslagen is in Nederland vandaag de dag niet meer mogelijk. De begrippen zwart en grijs maken werden en worden in de praktijk nog wel eens vermengd,18 zo hield bijvoorbeeld de regeling zwart maken beslagen in IE-zaken van rechtbank ’s-Gravenhage feitelijk een mogelijkheid tot grijsmaking in (terminologie is inmiddels aangepast).
Bij het indienen van een beslagrekest kunnen ook zogenoemde nevenverzoeken worden gedaan. Zo kan ex artikel 64 lid 3 Rv, mits deugdelijk gemotiveerd, worden verzocht om verlof tot beslaglegging op alle dagen en uren19 en/of het meermalen leggen van beslag met het verleende verlof.20 Dat laatste gebeurt in de praktijk in situaties waarin men verwacht dat gelden op een bankrekening of kasgelden zullen worden ontvangen, maar men niet precies weet wanneer. Het buiten de gebruikelijke uren leggen van beslag kan aan de orde zijn in geval van bedrijven die niet tijdens kantorenuren geopend zijn. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om, mits gemotiveerd, ex artikel 709 Rv in het geval van beslag op roerende zaken te verzoeken om het benoemen van een gerechtelijk bewaarder.21 Dit zal in de praktijk veelal gebeuren indien vrees voor verduistering, verbruik, verkoop of beschadiging van de beslagen goederen bestaat.
Aan het verlof kunnen door de voorzieningenrechter aanvullende voorwaarden worden verbonden, alsook beperkingen worden gesteld;22 bij de meeste rechtbanken wordt in een dergelijk geval een aanvullend (voor)blad bij het rekest gevoegd, inhoudende de beslissing, de advocaat van verzoeker gehoord hebbende, met de beperkingen ten aanzien van het verzochte, en (kort) de gronden voor de gedeeltelijke afwijzing.
Na de publicatie van een arrest van gerechtshof ’s-Hertogenbosch in 201023 wordt er algemeen van uitgegaan dat de voorzieningenrechter ook kan overgaan tot het verlenen van een voorlopig verlof. Deze vorm van verlofverlening werd in februari 2011 ook in de Beslagsyllabus opgenomen. Toepassing van het voorlopig verlof ligt in de rede indien de voorzieningenrechter van oordeel is dat gerede twijfel bestaat over de gegrondheid van de vordering of de noodzaak van het gevraagde verlof, maar de vrees gerechtvaardigd is dat, als partijen worden gehoord alvorens op het beslagrekest wordt beslist, het beslagobject zal worden onttrokken aan het zicht van de beslagcrediteur.24