V-N 2025/15.18
Geen bewijs-reactie van belanghebbende zodat verlaagde wettelijke proceskostenvergoeding van toepassing is
HR 28-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:463, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 maart 2025
- Magistraten
Van Eijsden, Boerlage, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
24/03954 bis
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2849:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:463, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑03‑2025
- Wetingang
art. 30a Wet WOZ
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de zaak van belanghebbende voor de proceskostenvergoeding niet kan worden beschouwd als een bijzonder geval als bedoeld in r.o. 3.5.2 van HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46, V-N 2025/5.27. De Hoge Raad berekent daarom de proceskostenvergoeding voor de cassatiefase met inachtneming van de beperkingen uit de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en BPM.
Samenvatting
X stelt op 16 november 2023 digitaal hoger beroep in tegen een WOZ-uitspraak van Rechtbank Rotterdam. Op 23 november 2023 verzoekt het hof hem via MijnRechtspraak om de gronden in te dienen. X reageert niet tijdig, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.