Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht
Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/7.2:7.2 Het rechtskarakter van het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/7.2
7.2 Het rechtskarakter van het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten
Documentgegevens:
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973546:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De aan rechtsverwerking ten grondslag liggende plicht en de wettelijke klachtplichten zijn als Obliegenheiten aan te merken, die uiting geven aan het maxime ‘venire contra factum proprium’ (‘niemand mag handelen in tegenstrijd met eerder gedrag’). Het gaat in de kern om consistentieplichten, in het bijzonder de verplichting van de schuldeiser om zich jegens de schuldenaar consistent te gedragen. De ratio van deze consistentieplicht is gelegen in het opheffen van nadeel aan de zijde van de schuldenaar, dat het inconsistente gedrag van de schuldeiser veroorzaakt, dan wel het specifieke opgewekte gerechtvaardigde vertrouwen van de schuldenaar te beschermen.
Wat levert het op om het leerstuk rechtsverwerking, en de klachtplicht als Obliegenheit in het bijzonder, als consistentieplicht te kenschetsen? Het perspectief van het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten als consistentieplicht verklaart waarom voor het aannemen van rechtsverwerking of een schending van de klachtplicht alleen tijdsverloop niet voldoende is. Het verlies van rechten als gevolg van inconsistent gedrag van de schuldeiser wordt namelijk niet zozeer gerechtvaardigd door het tijdsverloop tussen de door de schuldenaar geleverde prestatie en het moment waarop de schuldeiser daarna in actie komt, maar door het feit dat de schuldeiser ‘zijn moment miste’ om over een gebrek in de prestatie te klagen. Dat moment is gelegen binnen een vrij scherp omlijnd tijdsmoment na levering van de prestatie door de schuldenaar. Na levering bevindt de schuldenaar zich in een slechtere bewijspositie en kan hij een gebrek mogelijk minder gemakkelijk herstellen. In die gevallen kan de consistentieplicht meebrengen dat van de schuldeiser na ontvangst van de prestatie snelle actie jegens de schuldenaar wordt verwacht. Blijft die actie achterwege, dan kan de schuldenaar daarna niet zonder meer met een vordering van de schuldeiser worden geconfronteerd.
Een analyse van andere Obliegenheit-figuren dan het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten laat bovendien zien dat twee kenmerken, die in abstracto aan Obliegenheiten en tevens aan het leerstuk rechtsverwerking en de wettelijke klachtplichten worden toegedicht, moeten worden gerelativeerd. Dat is in de eerste plaats de aanname dat een Obliegenheit niet-afdwingbaar zou zijn. De aan rechtsverwerking en de klachtplichten ten grondslag liggende consistentieplicht kan in het gegeven geval afdwingbaar worden geacht. Ten tweede kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de aanname dat de sanctie op schending van een Obliegenheit alleen zou kunnen bestaan in een beperking van schuldeisersrechten, bijvoorbeeld rechtsverval in geval van de wettelijke klachtplichten. Diverse leerstukken waaraan een Obliegenheit-karakter wordt toegedicht laten zien dat een breder palet aan sancties mogelijk is. Dat past ook bij het proportionele karakter van de figuur van de Obliegenheit. Dat roept de vraag op of voor een relatief werkende sanctie moet worden gekozen in het kader van de wettelijke klachtplichten, zoals bij het leerstuk rechtsverwerking reeds mogelijk wordt geacht.