BNB 2025/42
Geen belang meer bij procedure na afwijzing aanbod proceskostenvergoeding onder voorwaarde van intrekking van het beroep in cassatie
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:155, m.nt. R.F.C. Spek
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Van Eijsden, Punt, Feteris, Fierstra
- Zaaknummer
24/01331
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
R.F.C. Spek
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD1882:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Griffierecht
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:155, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1340, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 13‑12‑2024
- Wetingang
Art. 8:75 Awb
Essentie
Geen belang meer bij procedure na afwijzing aanbod proceskostenvergoeding onder voorwaarde van intrekking van het beroep in cassatie
Samenvatting
In deze zaak over BPM heeft het Hof het hoger beroep van belanghebbende alleen gegrond verklaard omdat de Rechtbank een onjuist proceskostentarief had toegepast. In verband daarmee heeft het Hof de Inspecteur gelast het voor het hoger beroep betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld omdat het Hof is uitgegaan van een te laag bedrag aan griffierecht. Dit was reden voor de Inspecteur om het juiste bedrag aan griffierecht aan belanghebbende te betalen. Volgens ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.