Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/13
13 De negatieve verklaring voor recht
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS398279:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
Ter illustratie: de zoekterm ‘negatieve verklaring voor recht’ levert op www.rechtspraak.nl 13 resultaten op. Alle 13 resultaten hebben betrekking op grensoverschrijdende IE-zaken en vervoerszaken.
Van Engelen 2007, nr. 483. Van Engelen verwijst naar M. Franzosi, Worldwide patent litigation and the Italian torpedo, EIPR 1997-19, p. 382-385. Franzosi licht niet toe waarom de strategie te vergelijken is met een torpedo. De strategie komt ook voor in grensoverschrijdende vervoerszaken. Zie daarover Muller, Tijdschrift Vervoer & Recht 2008.
Zie Strikwerda in zijn noot onder HvJ 25 oktober 2012, NJ 2013/80 (Fisher/Ritrama). Zie ook Van Engelen 2007, nr. 483.
Van Engelen 2007, nr. 483. Overigens is vertraging niet altijd de reden voor een vordering die strekt tot een negatieve verklaring voor recht in vervoerszaken. In Hof Arnhem 6 april 2010, ECLI: NL:GHARN:2010:BM1186 vorderde de verzekeraar van de vervoerder een negatieve verklaring voor recht om te voorkomen dat geprocedeerd zou worden bij de Franse rechter. Die zou over het algemeen voor de vervoerder ongunstiger oordelen dan de Nederlandse rechter.
Van Engelen 2007, nr. 483. Zie ook Kuypers 2008, p. 303.
Muller, Tijdschrift Vervoer & recht 2008, p. 75-80; Kooij, TCR 2013, p. 53-59 en Kuypers 2008, p. 303.
HvJ 9 december 2003, zaak C-116/02, NJ 2007, 151 (Gasser/MISAT).
Bomhoff, NIPR 2004, p. 1-8.
Zo A-G Strikwerda in zijn conclusie voor HR 18 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI6315, RvdW 2010, 29.
Rb. Rotterdam 27 mei 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI8664.
Muller, TCR 2008.
Bacher, Beck’scher Online-Kommentar ZPO, § 256, nr. 2; MünchKommZPO/Becker-Eberhard 2013, § 256, nr. 9; Stein/Jonas/Roth 2008, § 256, nr. 11.
Allgemeine Gerichtsordnung für die Preussischen Staaten, Erster Theil, Prozessordnung, Titel 32, § 2, p. 747. Zie hierover ook Leimgruber 2014, nr. 42.
Leimgruber 2014, nr. 40 t/m 42.
In art. 3:302 BW is de term ‘negatieve verklaring voor recht’ niet terug te vinden. De negatieve verklaring voor recht is vooral bekend van de zogenaamde ‘torpedo’ in grensoverschrijdende IE-zaken of zaken over het vervoersrecht.1 De Italiaan Franzosi bedacht de term torpedo voor een processtrategie die vanaf het begin van de jaren ‘90 werd toegepast in IE-zaken.2 Aan de strategie ligt de veronderstelling ten grondslag dat bij een grensoverschrijdend geschil over de inbreuk op een IE-recht, de IE-rechthebbende (A) bij voorkeur het geschil aanhangig maakt bij een forum waar een veroordeling grensoverschrijdend ten uitvoer kan worden gelegd en/of waar snel en goedkoop geprocedeerd kan worden. De partij die mogelijk inbreuk maakt op het IE-recht van de rechthebbende (B) kan het daarentegen niet lang genoeg duren voordat de rechter haar het door de IE-rechthebbende gewenste verbod oplegt. Een torpedo houdt in dat B, nog voordat A een verbodsvordering heeft ingesteld, een negatieve verklaring voor recht vordert bij een forum dat bekend staat om de lange doorlooptijd van zaken.3 B vordert dat de rechter voor recht verklaart dat zij geen inbreuk maakt en/of heeft gemaakt op het IE-recht van A. Als A vervolgens bij de rechter van haar voorkeur een verbod vordert, dient deze rechter zijn uitspraak – wegens litispendentie ex art. 27 EEX-verordening – ambtshalve aan te houden totdat de bevoegdheid van de rechter waarbij de zaak het eerst is aangebracht, vaststaat. En in de tussentijd kan A niet afdwingen dat B stopt met de vermeende inbreuk op het recht van A. Het maakt B bij deze processtrategie volgens Van Engelen niet uit of de rechter van het forum waar zij de verklaring voor recht vordert, zich uiteindelijk bevoegd verklaart: als de rechter er maar zo lang mogelijk over doet om die beslissing te nemen.4 Omdat de Italiaanse en Belgische rechter in de jaren ‘90 de twijfelachtige eer hadden om zich als aantrekkelijke jurisdicties in IEzaken te onderscheiden, wordt de torpedo ook wel ‘Italiaanse of Belgische torpedo’ genoemd, aldus Van Engelen.5
De meeste schrijvers die over de negatieve verklaring voor recht in het kader van de hiervoor beschreven processtrategie hebben geschreven, wagen zich in hun artikelen niet aan een definitie van de negatieve verklaring voor recht. Muller, Kooij en Kuypers kwalificeren bepaalde voorbeelden van vorderingen weliswaar als vorderingen die strekken tot een negatieve verklaring voor recht, maar bespreken niet wat een negatieve verklaring voor recht is.6 Volgens Muller en Kooij leidt toewijzing van de vordering die strekt tot verklaring voor recht dat geen (of volgens Muller in beperkte mate) sprake is van aansprakelijkheid, tot een negatieve verklaring voor recht. Volgens Kooij is de vordering van MISAT in de zaak die tot het arrest Gasser/ MISAT leidde, een voorbeeld van een vordering die strekt tot een negatieve verklaring voor recht. MISAT vorderde onder andere dat de rechter voor recht zou verklaren dat de overeenkomst met Gasser was ontbonden.7 Bomhoff probeert wél de negatieve verklaring voor recht te definiëren. Hij merkt op dat het negatieve aspect moeilijk te duiden is en komt tot de conclusie dat de term ‘moeilijk descriptief’ kan worden gebruikt voor een bijzondere categorie vorderingen omdat negatieve acties volgens hem niet altijd ‘inherent’ negatief zijn.8 A-G Strikwerda volstaat in zijn conclusie voor HR 28 november 2008, RvdW 2008, 1085 (TNT/AXA) met een verwijzing naar de Duitse negative Feststellungsklage.9 De rechtbank Rotterdam doet hetzelfde in een uitspraak van 27 mei 2009.10 Ook Muller verwijst in zijn artikel over de negatieve verklaring voor recht in vervoerszaken naar de negative Feststellungsklage.11 Een negative Feststellungsklage is een vordering waarbij het niet-bestaan van de rechtsverhouding tussen partijen wordt vastgesteld.12 De mogelijkheid om een verklaring voor recht te vorderen omtrent het niet-bestaan van een rechtsverhouding is opgenomen in § 256 I ZPO. Voor de tekst van § 256 I ZPO, althans § 231 CPO (de voorloper van § 256 I ZPO), knoopte de wetgever aan bij codificaties van de negative Feststellungsklage uit verschillende bondsstaten zoals die van de Staat Pruisen:
‘Wenn jemand weiss, dass ein Anderer sich eines gewissen Anspruchs an ihn berühme, welchen er nicht einräumen will, so steht es ihm frei, selbst als Kläger in der Hauptsache wider denselben aufzutreten, und die Unrichtigkeit und Ungültigkeit des behaupteten Anspruchs rechtlich auszuführen.’13
Codificaties als dezewaren op hun beurtweer gebaseerd op de zogenaamde actio ex lege diffamari.14 De inhoud van die vordering komt in de volgende paragraaf aan de orde.