Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.7.1:13.7.1 Inleiding
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.7.1
13.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS419267:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kuypers, Forumkeuze in het ipr, par. 6.4 bespreekt en vergelijkt de verschillende versies.
Travaux Préparatoires Convention de Lugano, p. 65; Meijknecht, Preadvies NV1R 1992, p. 31.
Hof 's-Hertogenbosch 27 december 2005, NIPR 2006, 137 ziet deze vorm ten onrechte als een uitzondering op de vorm van art. 23 lid 1 sub a EEX-V°.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 25/75, Segoura/Bonakdarian, Jur. 1976, p. 1851, NJ 1977, 447; HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 23 lid 1 sub b EEX-V°/17 lid 1 sub b Verdrag kan een forumkeuze worden gesloten:
`(...) in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn geworden;'
Dit vormvoorschrift kwam in het oorspronkelijke art. 17 EEX niet voor.1 Het sluiten van een forumkeuze door de 'gebruikelijke handelwijzen' van partijen is een vorm die pas sinds het Derde Toetredingsverdrag in het EEX is opgenomen. De opname in het EEX hing samen met de uitkomst van de onderhandelingen over het EVEX.2
Opvallend is dat deze vorm in de praktijk — gezien het relatief geringe aantal gerechtelijke uitspraken — weinig aandacht krijgt in vergelijking met de vormen sub a en c in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, terwijl deze vorm gelijkwaardig is aan de andere vomen.3 In de rechtspraak lijken de gerechten sinds het Eerste Toetredingsverdrag direct een toevlucht te nemen tot de in de internationale handel toegelaten vorm (die toen in het EEX werd geïntroduceerd). Voor de beoordeling van de geldigheid van de vorm van een forumkeuze is art. 23 lid 1 sub b EEX-V°/17 lid 1 sub b Verdrag echter gemakkelijker dan art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag, omdat de vorm aan minder vereisten behoeft te voldoen. Een gerecht dient voor de vorm van de forumkeuze slechts vast te stellen of tussen partijen lopende handelsbetrekkingen bestaan en of de forumkeuze daarvan deel uitmaakt.
Bij beoordeling van de mogelijke totstandkoming van een forumkeuze in lopende handelsbetrekkingen dienen een aantal vragen te worden beantwoord. Deze vragen over forumkeuze in lopende handelsbetrekkingen — of voluit handelswijzen die tussen de partijen gebruikelijk zijn geworden — omvat vier subvragen:
Wat zijn lopende handelsbetrekkingen?
Wanneer ontstaan lopende handelsbetrekkingen?
Maakt een forumkeuze daarvan deel uit?
Is wilsovereenstemming vereist?
Bij het antwoord op de eerste vraag dient te worden gezocht naar een definitie van `lopende handelsbetrekkingen' en de lat te worden gelegd op de hoogte waarboven de handelsbetrekkingen voldoende intens zijn om een forumkeuze mogelijk te maken. Het deel uitmaken van de lopende handelsbetrekkingen is een voorwaarde die is gesteld in de rechtspraak van het Hof van Justitie.4 In de par. 13.7.3 en 13.7.4 komen deze vragen achtereenvolgens aan bod. Par. 13.7 eindigt met een bespreking van het Haags Forumkeuzeverdrag en het commune internationaal privaatrecht in de par. 13.7.5 respectievelijk 13.7.6. Eerst volgt in par. 13.7.2 een algemene beschouwing over het ontstaan van de bepaling en de verhouding tot de andere vormen voor een geldige forumkeuze.