De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.3.2:2.3.2 Het begrip vennootschap
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.3.2
2.3.2 Het begrip vennootschap
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS387320:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J.M.M. Maeijer, Mr. C. Asser's. Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1997, p. 36.
P. van Schilfgaarde, J.W. Winter, J.B. Wezeman, Van de BV en de NV, Deventer: Kluwer 2013, p. 19.
Zie meer over de bevoegdheden van de AV(A), A.G.H. Klaassen, Bevoegdheden van de AVA, Deventer: Kluwer 2007.
Hoge Raad 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ARO 2007, 120, JOR 2007/178, RO 2007/69 (ABN AMRO).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De term vennootschap wordt in het algemeen gebruikt voor de personenvennootschappen en de kapitaalvennootschappen. In deze dissertatie beperk ik mij tot de laatste categorie. De kapitaalvennootschappen zijn rechtspersonen in de zin van Boek 2 BW. Een rechtspersoon is een georganiseerd geheel waarvan de organisatie wordt bepaald door de wet en eventueel het ongeschreven recht, en voorts in het bijzonder door de eigen statuten en overeenkomsten.1 Op grond van art. 2:5 BW wordt de rechtspersoon voor het vermogensrecht gelijkgesteld aan een natuurlijk persoon. Dit betekent dat de vennootschap (juridische) relaties kan aangaan waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. De BV en de NV onderscheiden zich van de andere rechtspersonen in Boek 2 BW door de manier waarop zij in hun vermogen voorzien. Een kapitaalvennootschap karakteriseert zich door een in aandelen verdeeld kapitaal. Aandeelhouders nemen een aandeel in de vennootschap, storten daarop en voorzien op deze manier in het (eigen) vermogen van de vennootschap. Aan het aandeel zijn naast financiële rechten zeggenschapsrechten verbonden. De aandeelhouders zijn de eigenaar van de vennootschap, maar een vennootschap is meer dan een overeenkomst tussen aandeelhouders. Volgens de heersende institutionele opvatting is de vennootschap een zelfstandig instituut dat vrijstaat van de aandeelhouders en kan deelnemen aan het economisch verkeer; een en ander krachtens beslissingsmechanismen die vervat zijn in eigen regels, waaraan ook de aandeelhouders gebonden zijn.2 De aandeelhouders zijn onderdeel van de AV(A). Daarnaast kunnen er andere vergadergerechtigden zijn, zoals pandhouders, certificaathouders en/of vruchtgebruikers, al dan niet met stemrecht. Iedere aandeelhouder heeft het recht aanwezig te zijn op de AV(A), daar het woord te voeren en stemrecht uit te oefenen indien het geen stemrechtloos aandeel betreft. Belangrijke besluiten die de structuur van de vennootschap betreffen, zoals benoeming en ontslag van bestuurders en commissarissen, statutenwijziging, ontbinding en juridische fusie, behoren tot de competentie van de aandeelhoudersvergadering.3 Het beleid van de vennootschap wordt bepaald door het bestuur en de RVC houdt hier toezicht op.4
Niet iedere vennootschap hoeft een onderneming in stand te houden. Zo zijn er vennootschappen die zich uitsluitend bezighouden met het beheer en financiering van andere vennootschappen, en stamrecht-BV’s, die (in beginsel) geen onderneming drijven. Daarentegen kan een vennootschap ook meerdere ondernemingen in stand houden, bijvoorbeeld verschillende filialen.