Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.3.b.i
5.3.3.b.i Onderscheid ten opzichte van de lex loci delicti-verwijzing
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS464047:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Die verwarring treft men regelmatig aan; zie bijvoorbeeld bij Walter 1976, p. 53-55; Sandrock 1983, p. 390391; Spoendlin 1988, p. 18-20; Wadlow 1998, p. 333 e.v. (over de Private International Law (Miscellaneous Provisions) Act 1995). Ulmer 1975, p. 9 kan men m.i. geen lex loci delicti-stellingname in de mond leggen (vgl. Raynard 1990, p. 381); hij constateert slechts dat men ter onderbouwing van het `Schutzland' principe ook wel aanvullend verwijst naar het delictsrecht.
Over het leerstuk van de kwalificatie in het conflictenrecht, zie onder meer Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 40 e.v.
Zie ook BGH 2 oktober 1997, GRUR Int. 1998, p. 429 (Spielbankaffüre): 'Die für das allgemeine Deliktsrecht geltende Rechtsanknüpfung an das Recht des Tatorts, d.h. des Handlungs- oder des Erfolgsort, ist bei Verletzungen von urheberrechtlichen Befugnissen nicht anwendbar.' Zie in dit verband ook, over de Wet conflictenrecht onrechtmatige daad, alinea 452 hiervoor.
Haar verwijzingscategorie omvat in het bijzonder de bepaling van het object, het subject, de inhoud (waaronder de schending van het recht valt) en de handhaving van de bescherming, zie alinea 701 hiervoor. Zie ook Boytha 1988, p. 410; Fawcett & Torremans 1998, p. 467-468.
Zo ziet bijvoorbeeld Wadlow 1998, p. 341 in dit verband in de Engelse Private International Law (Miscellaneous Provisions) Act 1995 een mogelijkheid tot toepassing van de proper law-exceptie op de (ook op schending van intellectuele-eigendomsrechten toepasselijk geachte) lex loci delicti-verwijzing, vgl. sections 11 en 12 Private International Law (Miscellaneous Provisions) Act 1995.
Over de Rome II-Verordening, zie ook par. 5.1.1 onder (c)(ii).
In art. 8 lid 2, dat op unitaire communautaire intellectuele-eigendomsrechten betrekking heeft, wordt 'het recht van het land waar de inbreuk is gepleegd' van toepassing verklaard — dat lijkt op een lex loci delicti-verwijzing. Die formulering laat zich evenwel verklaren vanuit een bepaalde vooronderstelling ten aanzien van unitaire intellectuele-eigendomsrechten (zie daarover nader alinea's 733 e.v. hierna); aangenomen mag daarom worden dat de Europese wetgever hier niet een aparte lex loci delicti-verwijzing heeft willen introduceren. Dat neemt niet weg dat de formulering wel verwarring kan wekken. Zie ook noot 531 van dit hoofdstuk 5.
Zie overweging 26 van de considerans. Ook in de toelichting op het voorstel van de Europese Commissie wordt steeds over de lex loci protectionis-verwijzing gesproken, zie COM/2003/0427 def.
Eenzelfde verwarring treft men aan in het voorstel van de Hamburg Group, waardoor de Europese Commissie zich naar verluidt heeft laten inspireren (zie Drexl 2005, p. 157). In dat voorstel, in de toelichting op art. 6a, wordt nog uitdrukkelijk opgemerkt dat '(...) infringements (...) are governed by the lex loci protectionis, and not by the lex loci delicti. The lex loci protectionis is considered as a special rule (...) which supersedes the more general rules of private international law.', zie Hamburg Group 2003, p. 21-24.
723. Verwarring met lex loci delicti. De zojuist uitgekristalliseerde lex loci protectionis-verwijzing mag niet, zoals regelmatig gebeurt, worden verward of vereenzelvigd met de lex loci delicti-verwijzing.1 De verwarring van die twee laat zich verklaren uit de omstandigheid dat het voor de hand ligt om, voor conflictenrechtelijke doeleinden, schending van een intellectuele-eigendomsrecht te kwalificeren als een onrechtmatige daad.2 Toch is die kwalificatie onjuist. De Berner Conventie en Verdrag van Parijs dwingen er immers toe om, voor zover zij van toepassing zijn, zo'n schending te kwalificeren als een aangelegenheid betreffende de bescherming van het desbetreffende intellectuele-eigendomsrecht, waarop de in deze verdragen besloten liggende conflictregel van toepassing is. Anders gezegd: schending van zo'n intellectuele-eigendomsrecht valt in de verwijzingscategorie van de verdragsrechtelijke lex loci protectionis-verwijzingsregel, en (dus) niet in de verwijzingscategorie van enige andere verwijzingsregel, zoals de lex loci delicti-verwijzingsregel. De lex loci delicti is dus niet aan de orde.3
724. Overeenkomsten en verschillen. Dat gezegd hebbende kunnen wij constateren dat, als schending van een intellectuele-eigendomsrecht op conflictenrechtelijke niveau wél (ook) als een onrechtmatige daad zou mogen worden gekwalificeerd — wat dus niet het geval is —, deze verwijzingsregels in de praktijk tot hetzelfde resultaat zouden leiden: de locus delicti valt immers altijd samen met locus protectionis. Maar dat neemt niet weg dat er dan ook belangrijke verschillen zouden zijn. In de eerste plaats heeft de lex loci delicti-verwijzingsregel dan alleen betrekking op de schending van het recht, terwijl de lex loci protectionis-verwijzingsregel de gehele bescherming van het recht omvat: zij heeft een ruimere verwijzingscategorie.4 In de tweede plaats worden op de lex loci delicti-verwijzingsregel vaak uitzonderingen gemaakt (zoals de rechtsgevolgen-uitzondering, de accessoire aanknoping en de rechtskeuze), terwijl de lex loci protectionis-verwijzingsregel van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs geen uitzonderingen toestaat.5
725. Rome II-Verordening. De verwarring tussen lex loci delicti en lex loci protectionis lijkt ook in de Rome II-Verordening te zijn geslopen.6 Enerzijds kwalificeert de Europese wetgever de inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht immers als een onrechtmatige daad: het desbetreffende artikel 8 is opgenomen in hoofdstuk II, getiteld 'Onrechtmatige daad'. Dat is conflictenrechtelijk gezien dus een fundamenteel onjuiste kwalificatie. Bovendien treft hij slechts een regeling voor de inbreuk, "de niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht." Deze sporen wijzen in de richting van de lex loci delicti-gedachtegang. Anderzijds verklaart hij op deze verbintenis "het recht van het land waarvoor de bescherming wordt gevorderd" van toepassing7, en spreekt hij in de considerans uitdrukkelijk uit "het algemeen erkende beginsel lex loci protectionis" te willen handhaven.8 Dat wijst in de richting van een lex loci protectionis-gedachtegang.9