Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/10.6.2
10.6.2 Invoeren behandelvoorschrift in plaats van genezingsvoorschrift
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS581619:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In dat verband ook de wetsgeschiedenis bij artikel 28 lid 1 WIA: ‘De verzekerde mag in ieder geval tijdens de wachttijd, dus voorafgaande aan zijn uitkering zijn reïntegratie niet belemmeren en is verplicht zich daarbij actief op te stellen…Door voldoende inzet in de wachttijd kan de verzekerde immers voorkomen dat de arbeidsongeschiktheid zodanig lang voortduurt dat een recht op een uitkering ontstaat.’, Kamerstukken II 2004/05, 30 034, nr.3, p.162-163.
Kamerstukken II 2004/05, 30 034, nr.3, p.162-163.
Keirse, p.320, vergelijk met Kamerstukken II 2004/05, 30 034, nr.3, p.162-163.
‘Het spreekt voor zich dat het UWV in het kader van de vraag of een maatregel moet worden opgelegd nagaat welke feiten en omstandigheden zich tijdens de wachttijd hebben voorgedaan. Dit betekent echter niet dat het enkele feit dat een werkgever heeft gesanctioneerd, voor het UWV reden zou moeten zijn om van het opleggen van een maatregel af te zien. Het handelen of nalaten van de werknemer tijdens de wachttijd kan ook consequenties hebben voor het recht op of de hoogte van de WIA-uitkering. Met dit aspect is door de werkgever bij het opleggen van zijn sanctie geen rekening gehouden en het zou onjuist zijn indien het UWV dit als poortwachter van de WIA niet meer zou mogen doen’, Kamerstukken I 2005/06, 30 034 en 30 118, nr. C, p.67.
Of hoe de plicht dan ook komt te luiden.
Het genezingsvoorschrift is onduidelijk en dubbelzinnig. Zowel vanuit het oogpunt van een betere balans in rechten en plichten als vanuit subsidiaire verantwoordelijkheid zou de kern van dit artikel 7:629 lid 3 aanhef en sub b BW beter moeten worden vormgegeven. Ik neem de suggestie van Hoogendijk om dit artikel te schrappen niet over, omdat ik de basis die zij in artikel 7:611 BW ziet voor de plicht om de genezing niet te belemmeren of te vertragen, onvoldoende en onvoldoende duidelijk vind. De grondslag voor verlies aan loon moet expliciet en transparant zijn en niet verscholen in de open norm van goed werknemerschap. Ik wil het genezingsvoorschrift niet benaderen vanuit de negatieve formulering van nu. Dat de werknemer bijvoorbeeld een verwijt moet kunnen worden gemaakt van het belemmeren voordat het recht op loon vervalt, blijkt in het geheel niet uit die tekst. Wat daarbij geldt bij vertraging is evenmin duidelijk. Voor mij is belangrijk dat de werknemer ten opzichte van de werkgever gehouden is actief te werken aan het herstel van zijn arbeidsgeschiktheid.1 Dat is een positievere benadering dan alleen maar zorgen dat het genezingsproces binnen de lijntjes blijft. Ik heb daarbij gekeken naar Duitsland waarbij een plicht is opgenomen om zich onder behandeling te stellen, met weigeringsgronden die het recht op onschendbaarheid van de lichamelijke integriteit en de vrijheid van artsenkeuze waarborgen. De werknemer moet zich dus laten behandelen, tenzij dat van hem niet kan worden gevergd. Die notie is voor Nederland niet vreemd want op grond van artikel 28 lid 2 aanhef en sub c WIA is de werknemer verplicht gedurende de wachttijd een naar algemeen medische maatstaven adequate behandeling te ondergaan voor zijn ziekte of gebrek. Dit behandelvoorschrift gaat zelfs verder dan de regeling in Duitsland omdat er geen weigeringsgronden zijn genoemd, hoewel die naar alle waarschijnlijkheid via het begrip ‘adequaat’ een plek kunnen krijgen. Als de werknemer tegenover het UWV gebonden is aan het behandelvoorschrift in de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid, dan is geen goede rechtvaardiging te geven waarom die plicht ook niet in de verhouding tot de werkgever op de werknemer kan worden gelegd. Daaronder zou wellicht begrepen kunnen worden een behandeling die de werkgever voorstelt te ondergaan om de arbeidsgeschiktheid sneller te herstellen dan waar de behandeling die de werknemer verkiest uitzicht op biedt.
Artikel 28 lid 2 sub c WIA moet worden gelezen in combinatie met de bepaling in lid 1, dat de werknemer verplicht het bestaan van arbeidsongeschiktheid of verminderde arbeidsgeschiktheid te beperken. In de wetsgeschiedenis is daarover opgemerkt dat de werknemer schadebeperkende maatregelen moet nemen, behalve als dat in redelijkheid niet van hem kan worden verlangd. De maatstaf daarvoor is dat de verzekerde tekort komt ten opzichte van het normale inzicht, waarvan een redelijk persoon in de gegeven omstandigheden in zijn eigen belang blijk zou hebben gegeven (ter voorkoming of) ter beperking van de schade. Van een wegens RSI-klachten uitgevallen werknemer mag bijvoorbeeld worden verwacht dat hij zich er rekenschap van geeft dat zijn klachten zouden kunnen verergeren door gedurende de ziekteperiode langdurig thuis te internetten. Van een door ernstige rugklachten gevelde werknemer mag worden verwacht dat hij zich realiseert dat bepaalde activiteiten zoals gedurende de ziekteperiode stukadoren, niet herstelbevorderend zijn. In zulke situaties moet de werknemer zich onthouden van re-integratiebelemmerend gedrag.2 Dit sluit letterlijk aan bij het onderzoek van Keirse naar schadebeperking in het civiele schadevergoedingsrecht. De wetgever heeft er geen bezwaar in gezien het civiele normenkader ook in de WIA toe te passen.3 Daarbij hoeft het UWV zich er niets van aan te trekken of de werkgever al een loonstop heeft toegepast of niet.4
Aanbeveling 17
In plaats van het huidige genezingsvoorschrift zou een behandelvoorschrift moeten worden ingevoerd in het BW, analoog aan artikel 28 lid 2 sub c WIA, waarbij onder ‘adequaat’ dan moet worden begrepen het niet zonder deugdelijke grond beperken van het bestaan van arbeidsongeschiktheid of verminderde arbeidsgeschiktheid.
Als de invoering van het behandelvoorschrift te ver zou gaan, laat dat onverlet dat het huidige artikel moet worden aangepast. Een verbetering van de balans is duidelijk als het begrip ‘zonder deugdelijke grond’ aan het artikel wordt toegevoegd. Daarmee wordt duidelijker dat een verwijt aan belemmering of vertraging ten grondslag moet liggen, wil het recht op loon komen te vervallen. In plaats van ‘genezing’ moet worden gesproken over ‘herstel of behoud van de arbeidsgeschiktheid’. Ten slotte is het raadzaam ook bij deze discussie een rol voor het UWV in te ruimen, door -nadat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat het herstel of behoud van de arbeidsgeschiktheid zonder deugdelijke grond is belemmerd of vertraagd- de aanvraag van een deskundigenoordeel mogelijk te maken.5 De rechtsbescherming van de werknemer en het voorkomen of vereenvoudigen van juridische geschillen spelen net zo goed in deze situatie en het aantal aanvragen dat hierover is te verwachten, blijft naar mijn inschatting beperkt.
Aanbeveling 18
Pas in elk geval de tekst van artikel 7:629 lid 3 aanhef en sub b BW aan door toe te voegen ‘zonder deugdelijke grond’ en ‘genezing’ te vervangen door ‘herstel of behoud van arbeidsgeschiktheid’. Maak ook het aanvragen van een deskundigenoordeel over deze problematiek mogelijk.