Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/10.6:10.6 Executiegeschil
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/10.6
10.6 Executiegeschil
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692082:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 21 oktober 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4671, NJ 1984/804, m.nt. F.H.J. Mijnssen.
HR 23 januari 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2553, NJ 2000/544.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
670. Hiervoor is het begrip ‘executiegeschil’ al een aantal keer voorbijgekomen. Het executiegeschil is onmisbaar als sluitstuk van het rechterlijk bevel en verbod. Het is de enige plek waar duidelijkheid kan worden verkregen over de uitleg van een dictum en dus – meestal – over de vraag of er dwangsommen zijn verbeurd. In de jurisprudentie van de Hoge Raad is te zien dat het executiegeschil voor diegenen die deel uitmaken van de rechtspraktijk iets vanzelfsprekends is. Zo overwoog de Hoge Raad in een arrest van 21 oktober 1983, dat betrekking had op terugvordering van verleende bijstand: ‘Of te zijner tijd deze voorwaarden zullen zijn vervuld, zal zo nodig aan de orde kunnen komen in een executiegeschil.’1 En ook in een arrest van 23 januari 1998 wordt overwogen: ‘Mocht over de reikwijdte van het verbod toch een verschil van mening ontstaan, dan zal daarover in een executiegeschil kunnen worden beslist.’2 Dat is allemaal waar. En soms kun je als rechter niet overzien welke gevolgen een bevel of verbod heeft. Toch vraag ik er de aandacht voor dat een executiegeschil weliswaar ‘van onze kant van de tafel’ bezien niet ingrijpend is, maar dat het een echte procedure is waarvoor partijen die erin verzeild raken soms forse kosten moeten maken. Een rechter die zich ervan bewust is dat zijn voorgenomen dictum uitvoeringsproblemen zal geven, dient zich nog eens achter de oren te krabben over de vraag of dat dictum wel juist is.