NJB 2025/944
Vennootschapsbelasting. Buitenlandse belastingplicht. Misbruik van recht bij buitenlandse moedervennootschap?
HR 25-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:669
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2025
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Van Eijsden, Feteris, Fierstra, Faase
- Zaaknummer
22/04506
22/04508
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:668, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
ECLI:NL:HR:2025:669, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:701, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑07‑2023
- Wetingang
(art. 17 Wet VPB 1969)
Essentie
Vennootschapsbelasting. Buitenlandse belastingplicht. Misbruik van recht bij buitenlandse moedervennootschap?
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Buitenlandse belastingplicht
4.3.1
Op grond van artikel 17, lid 3, letter b, van de Wet worden inkomsten uit een belang van, kort gezegd, 5 procent of meer in een in Nederland gevestigde vennootschap (een aanmerkelijk belang) tot het Nederlandse inkomen van buitenlandse lichamen gerekend indien is voldaan aan de beide in die bepaling (…) omschreven voorwaarden (de subjectieve en de objectieve voorwaarde). Wanneer niet aan deze voorwaarden is voldaan, zijn dergelijke inkomsten niet in Nederland aan de belastingheffing onderworpen.
4.3.2
Artikel 17, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.