RI 2022/19
Op welke gronden kan de rechtbank een afkoelingsperiode opheffen?
Rb. Limburg 10-09-2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:8856
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
10 september 2021
- Magistraten
Mrs. B.R.M. de Bruijn, M.D.E. Leppens, V.G.T. van Emstede
- Zaaknummer
C/03/287655 / FT RK 21.41
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS635838:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBLIM:2021:8856, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 10‑09‑2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:8855, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 07‑07‑2021
ECLI:NL:RBLIM:2021:8854, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 11‑02‑2021
- Wetingang
Essentie
WHOA. Afkoelingsperiode. Observator.
Op welke gronden kan de rechtbank een afkoelingsperiode opheffen?
Samenvatting
Na deponering van een verklaring ex art. 370 lid 3 Fw verzoekt verzoekster de rechtbank op grond van art. 376 Fw een afkoelingsperiode af te kondigen voor een termijn van vier maanden. Bij beschikking van 11 februari 2021 wijst de rechtbank het verzoek toe. Op 3 juni 2021 vraagt verzoekster verlenging van de afkoelingsperiode. Bij beschikking van 7 juli 2021 verlengt de rechtbank de afkoelingsperiode met vier maanden en daarbij stelt zij tevens een observator aan. De begroting van de werkzaamheden van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.