Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.5.3.2:9.5.3.2 Directe hoofdelijkheid
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.5.3.2
9.5.3.2 Directe hoofdelijkheid
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648908:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Dooren 2015.
Zo ook Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012, nr. 100 en Biemans 2011, p. 287.
Zo ook Verdaas 2008, p. 307.
Waarbij Van Dooren verwijst naar Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2012, nr. 117, waar wordt opgemerkt dat een crediteur alleen uitstel van betaling verleent aan beide hoofdelijk schuldenaren voor zover kan worden afgeleid dat dit ook de bedoeling is van de schuldeiser.
Zie ook Rb. ’s-Gravenhage 5 juli 2006, JOR 2007/53, r.o. 3.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De directe hoofdelijkheid zoals die wordt omschreven door Van Dooren1 is in lijn met de geldende wettelijke regels inzake hoofdelijkheid. Als belangrijkste kenmerken ziet Van Dooren dat een schuldeiser ieder van de hoofdelijk verbonden schuldenaren voor het geheel kan aanspreken. Daarbij geldt dat er geen rangorde bestaat tussen de hoofdelijk verbonden schuldenaren. Subsidiariteit ontbreekt en alle hoofdelijk verbonden schuldenaren kunnen direct tot nakoming worden aangesproken. Nakoming of gedeeltelijke nakoming door de ene schuldenaar bevrijdt tevens de andere schuldenaar.
Een gevolg van de vorm die door Van Dooren directe hoofdelijkheid wordt genoemd, is dat er twee zelfstandige vorderingsrechten bestaan. Deze kunnen afzonderlijk van elkaar worden overgedragen. Dat kan bijvoorbeeld leiden tot een situatie waarin een partij zijn hoofdvordering – bedoeld of onbedoeld – op de dochtermaatschappij overdraagt aan een derde maar zijn vordering op de consoliderende rechtspersoon behoudt.2 Afzonderlijke verpanding van beide vorderingsrechten is eveneens mogelijk.3
Van Dooren concludeert dat directe hoofdelijkheid in geval van het 403-regime tot verschillende ongewenste gevolgen leidt. Van Dooren geeft aan dat de zelfstandigheid van de afzonderlijke vorderingsrechten ook leidt tot problemen wanneer de schuldenaar zich beroept op uitstel van betaling,4 opschorting of verjaring.5