Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/2.6.2:2.6.2 Slotconclusie
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/2.6.2
2.6.2 Slotconclusie
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633763:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse fiscale wetgever heeft ervoor gekozen om ‘religie’, ‘spiritualiteit’ en ‘levensbeschouwing’ afzonderlijk te noemen als een categorie van algemeen nut. Een toelichting voor deze keuze van de wetgever ontbreekt. De wetgever had voor deze categorie ook een koepelterm als wereldbeschouwing of levensbeschouwing kunnen kiezen. Blijkbaar ziet de wetgever verschillen tussen de drie subcategorieën die een afzonderlijke benoeming noodzakelijk maken maar het onderscheid is niet duidelijk. Noch de wet, noch de wetsgeschiedenis geeft een definitie van de drie subcategorieën. Mensenrechtenverdragen of andere mensenrechteninstrumenten bevatten evenmin een definitie van religie of levensovertuiging. Op universeel en Europees niveau worden ‘religion’ en ‘belief’ veelal als een begrippenpaar gehanteerd zonder expliciet in te gaan op de verschillen daartussen. Tot slot is spiritualiteit een relatief jonge Nederlandse wetsterm in het fiscaal recht. Dit is helemaal niet ingevuld. Dit begrip komt niet afzonderlijk voor in Europese en internationale mensenrechtelijke regelingen maar wordt veelal onder het begrippenpaar ‘religion’ en ‘belief’ geschaard.
De invulling van deze drie begrippen is een taak voor de rechter. De Nederlandse rechter worstelt echter met deze lastige taak. Het Mensenrechtencomité staat een ruime interpretatie voor van de begrippen ‘religion’ en ‘belief’ in artikel 18 BUPO-verdrag, zodat deze termen naast theïstische, non-theïstische en atheïstische levensovertuigingen ook het niet belijden of aanhangen van een religie of levensovertuiging bestrijken. Het EHRM biedt niet meer handvatten met zijn slechts minimale eisen waaraan religie of levensovertuiging moet voldoen.
De sociologische, filosofische en theologische bronnen leveren daarentegen een overvloed aan definities en omschrijvingen op maar geen algemeen geaccepteerde definitie van ‘religie’, ‘spiritualiteit’ en ‘levensbeschouwing’.
Bij het opstellen van mijn werkdefinities heb ik me laten inspireren door al deze bronnen en heb daaruit geput. Uiteindelijk heb ik gekozen voor praktische definities die de drie termen enigszins van elkaar onderscheiden. Dit volstaat voor mijn onderzoek. Zo heb ik het begrip spiritualiteit ter onderscheiding van het begrip religie beperkt tot de nieuwe spiritualiteit, terwijl ik me ervan bewust ben dat spiritualiteit wel degelijk ook religieuze aspecten kan hebben. De term levensbeschouwing hanteer ik als een restcategorie voor alle opvattingen rond de zin en betekenis van het menselijk bestaan die niet tot religie en spiritualiteit behoren.