RI 2017/58
Rechtsmiddelenverbod. Is het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW analoog van toepassing op de beschikking tot het verblijven van een verpand goed aan de pandhouder als bedoeld in art. 3:251 BW? (CEREC/Beheersmaatschappij St. Antonius B.V.)
HR 10-02-2017, ECLI:NL:HR:2017:213
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
10 februari 2017
- Magistraten
Mrs. F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, C.E. du Perron, M.J. Kroeze
- Zaaknummer
16/01025
- Conclusie
A-G mr. J.B.M.M. Wuisman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS926615:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2017:213, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 10‑02‑2017
ECLI:NL:PHR:2016:1169, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑11‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑02‑2016
- Wetingang
Essentie
Rechtsmiddelenverbod. Goederenrecht.
Is het rechtsmiddelenverbod van art. 3:268 lid 3 BW analoog van toepassing op de beschikking tot het verblijven van een verpand goed aan de pandhouder als bedoeld in art. 3:251 BW?
Samenvatting
Beheermaatschappij St. Antonius heeft aandelen in het kapitaal van Antonius verkocht aan CEREC. CEREC is een gedeelte van de koopsom verschuldigd gebleven, welk deel is omgezet in een lening. Tot zekerheid van nakoming van deze lening, is ten behoeve van Beheermaatschappij St. Antonius een pandrecht op de aandelen verstrekt. In deze procedure wenst Beheermaatschappij St. Antonius dat deze aandelen op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.