NJB 2022/472
Verzet het vermoeden van onschuld dan wel het recht zichzelf niet te hoeven incrimineren zich ertegen dat invorderingsrente in rekening wordt gebracht, berekend over een periode waarin de boete nog niet onherroepelijk vaststond?
HR 21-01-2022, ECLI:NL:HR:2022:50
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 januari 2022
- Magistraten
Mrs. Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage en Cools
- Zaaknummer
21/00733
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:50, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑04‑2021
- Wetingang
Essentie
Verzet het vermoeden van onschuld dan wel het recht zichzelf niet te hoeven incrimineren zich ertegen dat invorderingsrente in rekening wordt gebracht, berekend over een periode waarin de boete nog niet onherroepelijk vaststond?
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘2.1
Aan belanghebbende zijn over een reeks van jaren navorderingsaanslagen en vergrijpboeten (hierna: de aanslagen en de boeten) opgelegd in verband met verzwegen buitenlandse bankrekeningen.
In bezwaar, beroep, en hoger beroep heeft belanghebbende de aanslagen bestreden met (onder meer) de stelling dat de Inspecteur ten onrechte ervan uitging dat die buitenlandse bankrekeningen belanghebbende toebehoorden.
Als gevolg van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.