De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board
Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/I.5.2:I.5.2 Kenbaarheid, rechtszekerheid en bruikbaarheid
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/I.5.2
I.5.2 Kenbaarheid, rechtszekerheid en bruikbaarheid
Documentgegevens:
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242850:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 3, p. 3-4 (MvT); Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 6, p. 13 (NV); en Kamerstukken I 2010/11, 31 763, C, p. 2 (MvA).
Zie in deze zin ook Timmerman, Ondernemingsrecht 2009/2.
In dezelfde zin Kersten 2018, p. 37; en Van Olffen 2009, p. 44-45.
Zie Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 3, p. 1 (MvT); en Kamerstukken II 2008/09, 31 763, 6, p. 1-2 (NV).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wettelijke regeling kan op verschillende wijzen benaderd worden. In dit boek bezie ik de wettelijke regeling in de eerste plaats vanuit het oogpunt van kenbaarheid en rechtszekerheid. De voornaamste reden dat ik voor deze invalshoek heb gekozen, is dat het vergroten van de rechtszekerheid een van de speerpunten van de Wet bestuur en toezicht is.1
Tegelijkertijd ben ik mij ervan bewust dat een “one size fits all”-benadering beklemmend kan werken. Het ondernemingsrecht behoort naar mijn mening faciliterend te zijn. De praktische benadering van het ondernemingsrecht dient met andere woorden steeds voorop te staan.2 Indien in de praktijk behoefte bestaat aan afwijking van een wettelijk voorschrift, dan moet het voorschrift die ruimte bieden. Een voorwaarde is uiteraard wel dat naleving van de wettelijke bepaling niet strikt noodzakelijk is.3
In dit boek heb ik mij tevens door deze praktische benadering laten leiden. Het faciliteren van de in de praktijk bestaande behoeften draagt mijns inziens bij aan de vergroting van de bruikbaarheid van het monistische bestuursmodel. En laat dat nu net het andere speerpunt van de Wet bestuur en toezicht zijn.4
De kenbaarheid en rechtszekerheid lopen als een rode draad door dit boek heen. Als een wettelijke bepaling aanleiding geeft tot verwarring, leg ik die bepaling uit en doe ik – indien nodig – voorstellen tot verduidelijking. Daarbij heb ik steeds oog voor de in de praktijk bestaande behoeften.