Einde inhoudsopgave
Privacyrecht is code (R&P nr. ICT1) 2010/4.5
4.5. Terugkoppeling en controle
drs. J.J.F.M. Borking, datum 26-05-2010
- Datum
26-05-2010
- Auteur
drs. J.J.F.M. Borking
- JCDI
JCDI:ADS581232:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Borking, 1995, p. 105-106.
Gaver, 1992, p. 28.
Benoni & Sellen, 1993 (A), p. 5.
Hoe indringend media spaces kunnen zijn, is te zien op een door Sun Micro Systems in 1994 voor de afnemers uitgebrachte videofilm Starfire onder de regie van Bob Sweeney.
Bellotti & Sellen, 1993 (A), p. 5- 6. Onder controle door Bellotti wordt verstaan: 'empowering people to stipulate what information they project and who can get hold of it'; Terugkoppeling is: ' informing people when and what information about them is being captured and to whom the information is being made available'.
Bellotti & Sellen,1993 (A), p. 6.
Gaver, 1992, p. 31
Neustaeder & Greenberg, 2003. http://guir.berkeley.edu/pubs/ubicomp2003/privacyworkshop/papers/HomeMediaSpaces_PrivacyWorkshop.pdf.
Boyle, Edwards & Greenberg, 2000, p. 1-10.
Neustaeder & Greenberg, 2003, p. 4-5.
Er is in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw analytisch onderzoek gedaan naar de manier hoe risico's op privacyinbreuken voorkomen kunnen worden en privacy vriendelijke systemen gebouwd zouden kunnen worden. Xerox had in 1990 in Palo Alto (CA), Cambridge (UK) en Tokio 'media spaces' als werkplek voor haar onderzoekers gebouwd waar continue multimediaverbindingen tussen elke werkplek en de onderzoeker lagen.1 De onderzoekers konden daardoor zelfs op grote afstand over de schouder van hun collega's meekijken naar het gezamenlijke onderzoek dat zij deden en direct daarop inbreken om suggesties te doen.2 Belloti en Sellen viel het op dat nieuwe gebruikers en bezoekers van de 'media space' werkplekken zich niet prettig voelden bij de voortdurende observatie en vastlegging van alles wat zij deden zonder dat zij zich er van bewust waren.3 Het bleek dat de permanent ingeschakelde videocamera's en microfoons al na enkele minuten niet meer bewust werden waargenomen en al snel werd vergeten.4 Voor de onderzoeker bestond de privacybedreiging uit de ongemerkte vastlegging van gegevens en het gebrek aan terugkoppeling over wat er met de geregistreerde gegevens werd gedaan.
Belotti en Sellen stelden vast dat onderzoekers en bezoekers van de 'media spaces' alleen gerustgesteld konden worden over de gevolgen van de voortdurende opname van beeld, geluid en andere gegevens voor hun persoonlijke levenssfeer, wanneer in 'media spaces' en in omgevingen waar veel sensoren en omgeving registrerende computers aanwezig zijn, terugkoppeling en controle over hun gedrag op elk moment mogelijk is,5 "as there are no cues available which normally are noticeable in face-to-face meetings and have to be applied to each phase of the communication process."6 Als gevolg van de ervaring van de onderzoekers met mediaspaces gold als extra voorwaarde in de Xerox researchgemeenschap de eis van wederkerigheid: "if you can see me, I can see you".7 Bovendien kon de gebruiker de beeld-, data- en geluidskanalen op elk gewenst moment uit te zetten en aangeven wie wel en niet toegang had tot zijn 'media space' had. Deze aanpak werkte weliswaar in gesloten laboratoria met 'media spaces', maar het bleek dat de voorwaarden van terugkoppeling, controle en wederkerigheid bij 'open' informatiesystemen niet te realiseren waren. Neustaedter & Greenberg8 deden in 2003 nader onderzoek naar mogelijke privacyinbreuken bij het gebruik van 'home media spaces' in de thuisomgeving bij telewerken. Ook hier staat de videocamera en de audioapparatuur op de thuis-werkplek altijd aan. Boyle, Edwards & Greenberg9 hadden al vastgesteld dat in de kantooromgeving wanneer door middel van `distortion filters' de ontvangen beelden algoritmisch zo worden bewerkt dat er een onduidelijk beeld ontstaat, dit de privacybescherming van kantoormedewerker aanzienlijk vergroot en dat, noodzakelijk voor de verrichte werkzaamheden, daarbij toch duidelijk blijft wie op een bepaald moment binnen de virtuele werkomgeving aanwezig is en bereid is te participeren in een werkinteractie.
In de thuiswerksfeer stelden Neustaedter & Greenberg via testen met proefpersonen evenwel vast, dat slechts bij het sterk wegfilteren van de video beelden (niveau 1 en 2 op een schaal van 1 (volledig grijs beeld) tot 10 (ongefilterd beeld)) privacybescherming effectief was. Minder filtering dan niveau 1 of 2 leverde genoeg informatie op om een bepaalde situatie te herkennen, zoals bijvoorbeeld het naakt zijn van de telewerker thuis. De keerzijde van de privacybescherming was, dat bij niveau 1 en 2 er niet meer kon worden vastgesteld of een thuiswerker in het 'home media spaces" netwerk bereid was interactief te participeren. Dat moment trad pas op tussen de niveau 3 en 5 en dan kon de privacy al geschonden zijn. Om privacy in de 'home media spaces" (HMS) goed te beschermen moet, aldus Neustaedter & Greenberg, in het ontwerp van HMS-aansluiting worden gezocht bij de manieren waarop individuen doorgaans hun privacy beschermen. Neustaedter onderscheidt vier categorieën:10
Verbaal gedrag: het gebruik, de inhoud en structuur van wat wordt gezegd. Voor het HMS betekent dit het produceren en daardoor bewust maken van de thuiswerker van waarschuwingssignalen of het introduceren van aankondigingssignalen zoals bellen, virtueel geklop op de deur of het piepend geluid bij het openen van een deur.
Non-verbaalgedrag: het gebruik van lichaamstaal bestaande uit gebaren en houding. Voor de HMS-verbindingen of voor de gebruikers van de virtuele HMS-omgeving houdt dit in dat de HMS reageert op herkenbare (vooraf in het systeem ingevoerde) lichaamstaal, zodat bij die signalen het HMS zich automatisch uitschakelt of uitlogt.
Omgevingsmechanismen: het zich verbergen achter barrières (muren, schotten, deuren), reageren op de ruimtelijke nabijheid van de bezoeker en het scheppen van tijdsduur tussen aankondiging van het contact en het feitelijk moment van contact. Dit heeft consequenties voor de installatie van de HMS, namelijk dat voor het installeren van HMS een ruimte in het huis wordt gebruikt, die doorgaans niet voor het privégebruik bestemd is. Voorts dat de videocamera op een zodanige plaats wordt opgehangen dat niet de gehele werkruimte kan worden bestreken met als standaardmogelijkheid dat de thuiswerker zelf de camera kan uitzetten, de beeldkwaliteit kan beïnvloeden of de opnamehoek van de camera kan bijstellen.
Culturele mechanismen: het gebruik van gangbare culturele en sociale gebruiken. Voor HMS-gebruikers betekent dit, dat er onderling een sociale code moet worden afgesproken over wie wat mag zien en beluisteren. Bij overtreding van zo'n code moeten er wel reële consequenties voor de overtreder aan verbonden zijn.
Er zijn in het laboratoriumontwerp van de HMS door het department of computer sciences van de universiteit van Calgary impliciete en expliciete controlemechanismen ingebouwd samen met visuele en auditieve terugkoppeling ten behoeve van het handhaven van het gewenste privacyniveau van de HMS gebruiker. Ook hier kan vastgesteld worden, dat deze aanpak bij 'open' informatiesystemen niet voldoende privacybescherming oplevert.