Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.9.1
6.9.1 Beding en vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS587110:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het boetebeding o.a. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-l* 2008, nr. 414 e.v.; Losbladige Verbintenissenrecht 2008 (H.N. Schelhaas), art. 6:91-6:94; en Schelhaas 2004.
Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 322; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-1* 2008, nr. 421 en 423; HR 25 februari 1994, NJ 1994, 378. Het boetebeding heeft in beginsel de functie om bij voorbaat het bedrag van de vervangende schadevergoeding te fixeren. Zie art. 6:92 lid 1 en lid 2 BW. De bepalingen zijn van regelend recht.
Zie Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-1* 2008, nr. 414; Schelhaas 2004, p. 59 e.v.; Krans 1998, p. 131 e.v.
Zie HR 5 januari 1990, NJ 1990, 325 (Dubbeld/Laman); vgl. Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 324.
398. Een boetebeding is ieder beding waarbij is bepaald dat de schuldenaar indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet, gehouden is een geldsom of een andere prestatie te voldoen, ongeacht of zulks strekt tot vergoeding van schade of enkel tot aansporing om tot nakoming over te gaan (art. 6:91 BW).1 Een boetebeding kan tot doel hebben om de schuldenaar aan te sporen om de hoofdvordering na te komen (straffunctie) of om bij voorbaat het bedrag van de schadevergoeding te fixeren (schadevergoedingsfunctie), of een combinatie van beide. In het eerste geval ontstaat de vordering naast de hoofdvordering; in het tweede geval ontstaat de vordering in plaats van of naast de hoofdvordering, afhankelijk van de vraag of het gaat om het fixeren van de vervangende of van de aanvullende schadevergoeding.2 Het beding waarmee de fixatie van toekomstige schade wordt beoogd, is een vaststellingsovereenkomst, indien het is gericht op de voorkoming van onzekerheid of geschil in de zin van art. 7:900 BW.3 Voor het vorderen van nakoming van het boetebeding is een aanmaning of een andere voorafgaande verklaring nodig in dezelfde gevallen als deze is vereist voor het vorderen van schadevergoeding op grond van de wet (art. 6:93 BW).4 De vorderingen uit hoofde van het boetebeding zijn tot dat moment toekomstige vorderingen.5