Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens
Einde inhoudsopgave
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/4.1:4.1 Inleiding
Schadevergoeding bij de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens (O&R nr. 126) 2021/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.F. Walree, datum 01-02-2021
- Datum
01-02-2021
- Auteur
mr. T.F. Walree
- JCDI
JCDI:ADS267427:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitvoerig Van Alsenoy, p. 282-283; Tjong Tjin Tai 2016b, p. 459-464; Walree 2017, p. 921-930 (hoofdstuk 1); Van der Linden & Walree 2018, p. 105-113 (hoofdstuk 2); Vrugt & Dammers 2018, p. 114-120; Dickmann 2018, p. 345-355.
Kamerstukken II 2012-2013, 33 662, nr. 3 (MvT), p. 9.
Concl. A-G T. Hartlief 23 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1409 (punt 3.14), bij HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2385.
Zie hierover Keirse 2003, p. 83-86; Asser/Sieburgh 6-II 2017/114.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien een verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens onrechtmatig verwerkt en deze verwerking leidt tot schade bij de betrokkene,1 kan laatstgenoemde op basis van art. 82 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) een schadevergoeding vorderen.2 In de literatuur over dit recht op schadevergoeding is de rol van de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkene tot dusver onbesproken gebleven. In mijn optiek verdient die eigen verantwoordelijkheid meer aandacht. De betrokkene kan namelijk zelf bijdragen aan het veroorzaken of vergroten van de schade. Hij kan bijvoorbeeld (extra) schade hebben doordat hij niet onmiddellijk zijn wachtwoord wijzigt, terwijl de verwerkingsverantwoordelijke dit nadrukkelijk adviseert.3 Indien de schade ‘mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend’, is er sprake van ‘eigen schuld’. Hierdoor kan op grond van art. 6:101 lid 1 BW de vergoedingsplicht van de aansprakelijke partij worden verminderd of zelfs in zijn geheel vervallen.
De vraag rijst onder welke omstandigheden een gedraging van de betrokkene kan leiden tot de toepassing van het leerstuk eigen schuld bij een onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens.4
In deze bijdrage beantwoord ik daarom de volgende onderzoeksvraag:
Wanneer kwalificeert een gedraging van de betrokkene als een ‘omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend’ in de zin van art. 6:101 lid 1 BW?
Ik onderzoek uitsluitend de vraag of de gedraging van de betrokkene kwalificeert als een ‘toerekenbare omstandigheid’ in de zin van art. 6:101 lid 1 BW. Eventuele problematiek met betrekking tot het csqn-verband tussen de gedraging van de betrokkene en de (extra) schade laat ik in dit artikel buiten beschouwing. Ik ga er steeds vanuit dat de toerekenbare omstandigheid heeft bijgedragen aan het ontstaan of het vergroten van de schade. Ook ga ik in deze bijdrage niet uitgebreid in op de causale schadeverdeling en de billijkheidscorrectie, die onderdeel zijn van de verdelingsfase van art. 6:101 lid 1 BW.5
In paragraaf 2 beschrijf ik het leerstuk van eigen schuld. In paragraaf 3 toon ik aan waarom het gegevensbeschermingsrecht en een eigen schuld-verweer niet conflicteren. In paragraaf 4 behandel ik drie categorieën van gedrag van de betrokkene en bespreek ik wanneer dat gedrag (mogelijk) eigen schuld oplevert. In paragraaf 5 sluit ik af met een synthese en conclusie.