V-N 2019/26.5
Vervreemdingsvoordeel bij schenking aandelen onder last bedrag in contanten aan derde te betalen
HR 24-05-2019, ECLI:NL:HR:2019:788, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 mei 2019
- Magistraten
Koopman, Van Loon, Faase
- Zaaknummer
18/03155
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS54067:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑05‑2019
ECLI:NL:HR:2019:788, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑05‑2019
- Wetingang
art. 4.17c en 4.22 Wet IB 2001
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat er sprake is van een ‘tegenprestatie’ als bedoeld in art. 4.17c lid 2 Wet IB 2001. Ook voor deze bepaling moet namelijk onder tegenprestatie worden verstaan datgene wat de overdrager als vergoeding voor een overdracht heeft bedongen van de verkrijger.
Samenvatting
Belanghebbende, X, houdt de aandelen in Z bv. In 2011 schenkt X een deel van deze aandelen aan zijn zoon, A en legt hierbij de last op aan A om € 4,9 mln. aan zijn broer, B, te betalen. In zijn IB-aangifte 2011 verantwoordt X geen vervreemdingsvoordeel. A neemt de doorgeschoven ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.