Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/8.7:8.7 Afsluiting
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/8.7
8.7 Afsluiting
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS454155:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is ingegaan op de wijze waarop art. 20c Wet IB de omvang van de vervreemdingsvoordelen vaststelt. Gebleken is dat grosso modo de systematiek die aan de oude aanmerkelijkbelangregeling ten grondslag ligt, onder de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling ongewijzigd is voortgezet. Dit geldt bijvoorbeeld voor art. 20c, achtste, negende en dertiende lid, Wet IB. Voorts is een aantal nieuwe bepalingen ingevoerd die tot doel hebben om heffingslekken te voorkomen en meer recht doen aan het gesubjectiveerde karakter van de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling. Dit geldt bijvoorbeeld voor art. 20c, veertiende, vijftiende, zestiende en zeventiende lid, Wet IB. Belangrijk verschil met de oude aanmerkelijkbelangregeling is wel dat voortaan een gemiddelde (pak-ketjverkrijgingsprijs geldt in plaats van een verkrijgingsprijs per aandeel. Hierdoor kon de onder de oude aanmerkelijkbelangregeling geldende liforegel voor de meeste situaties vervallen.
In de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling is de correctieregeling van art. 39, vijfde lid, (oud) Wet IB in art. 20c, vierde lid, eerste volzin, Wet IB gehandhaafd. In een gesubjectiveerd aanmerkelijkbelangregime kan een dergelijke regeling mijns inziens ook niet worden gemist, hoewel een dergelijke regeling op gespannen voet staat met het aan de Wet IB ten grondslag liggende reële stelsel. Fundamenteel in strijd met het subjectieve karakter van de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling is mijns inziens daarentegen de bepaling van art. 20c, vierde lid, laatste volzin, Wet IB, welke bepaling in het geheel niet thuishoort in een gesubjectiveerd regime. Juist in een gsubjectiveerd aanmerkelijkbelangregime past het om aanmerkelijkbelangheffing achterwege te laten als bij een vervreemding het belang in de vennootschap wordt behouden.